Nieuws

Een hutkaartje: column Max Gras

22 februari 2018

Ik had een joodse schoonvader, een muzikaal begaafde man, die als je vroeg: wat is het derde thema in het tweede deel van  dat of dat pianoconcert, dan neuriede hij het. Dan nog zijn oeuvre aan joodse moppen en zijn kennis van het vooroorlogse joodse leven. Een bijzonder mens.

Zo vertelde hij een keer hoe men het noemde als een jood zich bekeerde tot het katholicisme: die of die heeft zich laten ‘schmadden’, uitgesproken met een Duitse ‘sch’. Wat een fantastische term! Alles zit erin: afkeuring is wel het minste, meer nog dat die bekering iets smerigs is, iets dat je je op laffe gronden hebt laten aansmeren, dat ie vies is. Met zo’n persoon kun je niet langer omgaan.

Toen ik kort geleden iets hoorde over prinses Laurentien, kwam –ik kon het niet tegenhouden- dat woord schmadden bij me op. Hoe kan iemand met de prettige naam Petra Brinkhorst zich laten aanleunen dat het huwelijk met een koninklijk lid, leidt tot zo iets idioots als zo’n titel en een andere naam. Kijk, als je zeven bent en je mooiste jurk is roze, dan zou zo’n keuze je weinig hoofdbrekens kosten. Maar als volwassene, ja, dan heb je je echt laten schmadden. Ik vermoed vooral weinig hoogstaande motieven.

Maar soit, negeren is waarschijnlijk beter. De kracht van zo’n term is interessanter.  Ook ontdekt je soms de kracht in kleinigheden. Als ik het woord ‘aftanken’ hoor, dan doemt meteen die tot de nok gevulde tank op. Op een andere manier is de in het timmervak gebezigde term ‘hutkaartje’ sterk. Het is natuurlijk een spoonerisme van kuthaartje (afkomstig van de Engelse dominee Spooner, die letterverwisselingen toepaste om zijn kerk wakker te houden). Je bent iets pas aan het zagen, je past het en je roept: er moet nog een hutkaartje af. Ik schat de eenheid ‘hutkaartje’ op 0,3 mm. Alle timmerlui weten dat.

Wat is taal leuk.