Nieuws

Dag van het scenario – en de collega’s

9 oktober 2018

Op de 21e Dag van het Scenario van 28 september 2018 stonden niet de scenaristen, maar de collega’s centraal. Regisseurs, editors, cameramensen, kortom al degenen die het scenario gebruiken en erop voortbouwen. Jenny Mijnhijmer en vooral Jaap Peter Enderlé waren zeer op dreef als presentatoren.

De middag begon met een vermakelijk filmpje waarin een van de filmcollega’s aan het woord kwam: Harry Wiessenhaan, een grootheid in visual effects, die tegen een indrukwekkende wand vol automatische nepwapens zijn verhaal deed. Wat Wiessenhaan betreft mogen scenaristen best meer Tarantino-achtige films schrijven, want daarin komt zijn specialisme goed tot zijn recht. Alles is mogelijk in special effects, aldus Wiessenhaan. Wind en regen zijn een makkie, de Dam opblazen is lastiger. Een boom regelen met daaraan één blaadje, dat moet vallen op een teken van de regisseur, dat is pas de echte uitdaging.

Visualiseren

De Amerikaanse filmmaker Elizabeth E. Schuch, hoofdgast van de Dag van het scenario, legde in een keynote uit hoe zij als storyboarder bijdroeg aan grote films als Wonder Woman en Pacific Rim: Uprising en hoe zij haar ervaringen gebruikt als scenarist en regisseur van haar eigen werk. Cinema is a a matter of what’s in the frame and what ’s out”, hield ze het publiek een uitspraak van Marin Scorsese voor. Jij bepaalt wat de kijkers te zien krijgen.

Als ze een script leest of met een regisseur een plan doorneemt, slaat ze meteen aan het tekenen om het tot leven te brengen. Een zin als ‘A figure in a long coat walks alone in the dark’ roept tal van vragen op: zijn er auto’s, zie je schaduwen, zijn er straatlantaarns. Hoe wil je het in beeld brengen? Met een ECU – een extra close-up, of een full view? Wat is de camerapositie? Hoe meer variatie in de manier waarop dingen in beeld komen, hoe meer leven er in de film zit, betoogde Schuch, die vele perspectieven en indelingen van het beeld liet zien. En het heeft praktische voordelen: als je precies weet wat in beeld komt, hoef je de rest van de set niet aan te kleden.

Visualiseer, doe het zelf ook, hield ze haar toehoorders voor. Zo ingewikkeld is het niet. Als je een driehoek, cirkel en vierkant kunt tekenen, dan ben je er al bijna.

Na een tweede filmpje met scenarist Roelof Jan Minneboo en casting director Rebecca van Unen, schoven Marjolein Beumer, Stienette Bosklopper en Jolein Laarman aan. Alle drie scenaristen die in een andere discipline begonnen zijn.

Stienette Bosklopper is vooral bekend als producent van Circe Films, maar had al lange tijd de sluimerende ambitie om zelf te schrijven. Dat leidde tot Cobain, de film die eerder dit jaar uitkwam. Het schrijven leerde haar onder meer om als coach van andere scenaristen iets meer afstand te houden; te veel eisen kan ertoe leiden dat de inspiratie wegebt.

Marjolein Beumer begon als actrice, maar boekte later succes als bedenker en schrijver van de films Soof 1 en Soof 2. “Als acteur voel je het ritme van een scène goed aan, de timing en of een dialoog lekker bekt”, vertelde ze. Beumers dochter klaagt wel eens dat ze veel om zichzelf lacht tijdens het schrijven. “Ik zit ook voortdurend te prevelen achter de computer.”

Jolein Laarman begon als production designer en was gewend om zich bij het lezen van scripts af te vragen met wat voor personages ze te maken had, waar ze woonden, hoe het licht was. “Je gebruikt decor, rekwisieten als woorden. Staan er boeken over filosofie of porno in de kast?” Die achtergrond gebruikte ze toen ze meeschreef aan bijvoorbeeld de film Tussenstand.

Jungle

Na de pauze stond één enkele scène centraal, uit de film Junglevan scenarist Ashar Medina. De scène, waarin de Syrische vluchtelingen Benyamin en Ibrahim nader tot elkaar komen in de beruchte Jungle bij Calais, werd vertoond en daarna ook nog voorgelezen.

Medina vertelde hoe hij na researchen in Calais en gesprekken met iedereen die maar met hem wilde praten, tot de scène kwam. Een dialoogrijke scène, die niet alleen het publiek maar ook de personages aan elkaar duidelijk maakte wat hun achtergrond was. Hij werd in het Nederlands geschreven, maar vervolgens vertaald, met input van vluchtelingen die onlangs zelf uit Syrië waren gekomen.

Na Medina werd regisseur Hetty de Kruijf erbij gehaald, die uitlegde dat de scène met al zijn tekst vooral goed werkte doordat er een scène met ruzie tussen het tweetal aan voorafging. Bij het oefenen werden bepaalde handelingen toegevoegd, vertelde ze. Ibrahim haalt een doek weg die tot dan toe tussen de jongens hing in hun gemeenschappelijke kamer en ze geven elkaar drank en sigaretten om de verbroedering te benadrukken.

Production designer Robert van der Hoop mocht vervolgens uitleg geven over zijn aandeel in de scène, die voor een groot deel in een nagemaakt tentenkamp op Zeeburg in Amsterdam werd geschoten. Hij moest zorgen dat de beelden pasten bij de beelden uit Calais zelf, waarmee de Amsterdamse beelden werden gemixt. “Het gaf kippenvel toen ik er rondliep”, zei regisseur De Kruijf over Van der Hoops kamp.

Van der Hoop vertelde verder hoe hij Ibrahim koele, blauwe kleuren meegaf, die pasten bij zijn depressieve karakter en de sfeer in het kamp weerspiegelden. Benyamin kreeg warmer en vrolijker kleuren, passend bij zijn optimisme en energie.

Als vierde schoof cameraman Aziz Al-Diliami aan, die onder meer vertelde dat de scène de eerste is waarin beide jongens samen in één shot te zien zijn – een beeld om de toenadering te versterken. Met al deze kennis werd de Jungle-scène een tweede keer vertoond.

Na opnieuw een filmpje, dit keer met editor Jasper Quispel en scenarist Rogier de Blok, werd de middag afgesloten met de uitreiking van de Vissen-Neerlandiaprijs voor Scenario. Winnares was Lilian Sijbesma met haar script Onder de blote hemel (Elvie). De jury liet weten dat in tegenstelling tot sommige eerdere edities, er dit keer grote eensgezindheid heerste dat dit scenario de prijs, waaraan een bedrag van 5000 euro verbonden is, moest winnen.

Tekst: Gertie Schouten

Foto’s: Wouter le Duc