Nieuws

Dag van het Scenario: Het proces

1 oktober 2019

De 22e Dag van het Scenario ging over het schrijfproces, over feedback verstouwen en herschrijven

In de Stadsschouwburg in Utrecht vond zaterdag 28 september voor de 22e keer de Dag van het Scenario plaats. ‘Het proces’ was dit keer het centrale thema en alle facetten van het schrijfproces kwamen aan bod: van het idee waar alles mee begint, het begeleiden van schrijvers, het neerzetten van karakters en het samenwerken met anderen tot het herschrijven.

In de bomvolle grote zaal van de schouwburg werd het programma, waarvan de presentatie net als voorgaande jaren in handen was van Jaap Peter Enderlé en Jenny Mijnhijmer, afgetrapt met fragmenten uit interviews met Karen van Holst Pellekaan, Don Duyns, Luuk van Bemmelen, Sarah Offringa, Bert Bouma en Jacqueline Rogers. Ze vertelden over inspiratie waarbij de ‘lege’ momenten in een dag, zoals een douche nemen, een wandeling of zelfs een wc-bezoek, opvallend vaak tot ideeën leidde.

Daarna ging Jenny Mijnhijmer in gesprek met Oscar van Woensel over hoe een goed idee drama wordt. Van Woensel – zichtbaar ongemakkelijk over het in zijn ogen “potsierlijke” praten over zijn eigen werkwijze – was ervan overtuigd dat inspiratie iets is “dat door God gegeven wordt”, ofwel “een korte, mysterieuze ingeving die er gewoon opeens is”. Hij was ook totaal niet zenuwachtig dat de bron opeens zal opdrogen, “het is niet iets van: ik heb 100 inspiratie en al 50 opgemaakt”. Verder vertelde hij over zijn start als schrijver, toen hij simpelweg meters wilde maken en niet kieskeurig was, en zijn liefde voor het collectieve proces dat scenarioschrijven is (“een boek schrijven lijkt me verschrikkelijk”). Van Woensel sloot af met een kritiekpunt: volgens hem is er in Nederland een groot probleem qua overdracht van schrijver naar regisseur. Er is weinig tot geen contact meer nadat het script is ingeleverd, terwijl schrijvers juist veel meer betrokken zouden moeten blijven.

Kompas
In het tweede blok ging het over omgaan met feedback en samenwerken met dramaturgen. Na opnieuw een reeks videofragmenten van bovengenoemde schrijvers, gingen dramaturgen Ernie Tee en Marijn Bloemen onder leiding van Jaap Peter Enderlé in gesprek met schrijvers Tijs van Marle en Saar Ponsioen. De hoofdlijn in deze boeiende discussie ging over hoe je als schrijver vast kunt houden aan je eigen visie, terwijl steeds meer mensen hun mening over je werk gaan geven. Ponsioen benadrukte bijvoorbeeld dat ze altijd goed in de gaten houdt of de kritiek past bij wat ze wil vertellen met een verhaal. Van Marle vond op zijn beurt dat sowieso te weinig aan schrijvers wordt gevraagd wat ze er nu eigenlijk mee willen zeggen, terwijl zowel Tee als Bloemen beaamden dat dat wel heel belangrijk is. “Als een schrijver niet precies weet wat ‘ie wil gaat het verhaal zwalken” stelde Tee. Bloemen voegde toe dat ze een kompas probeert te zijn voor de schrijver, maar dat dat soms lastig is.

Met de opgeworpen stelling dat er te veel meningen zijn tijdens het scriptontwikkelingsproces was Van Marle het eens. “Iedereen mag iets zeggen, tot de stagiaire aan toe”, meldde hij, “terwijl de kwaliteit van een script er niet beter op wordt.” Tee was het daar niet helemaal mee eens. Hij vond dat het ook een kwestie van filteren is en dat het de taak van al die mensen is om er wat van te vinden. Van Marle stelde vervolgens dat dat niet altijd makkelijk is omdat veel schrijvers alle kritiek willen verwerken en dat hoe langer hij ergens aan schreef, hoe slechter hij het vond worden. Ponsioen herhaalde hierna haar standpunt dat als je die ene belangrijke vraag hebt beantwoord, het makkelijker is met kritiek om te gaan. Tee concludeerde dat alle partijen meer tijd zouden moeten nemen voor het beantwoorden van de fundamentele vragen voordat er überhaupt geschreven wordt en stelde ten slotte nog dat schrijvers niet bang moeten zijn om ook gewoon eens te stoppen, omdat een idee soms gewoon eindig is.

Poppenkast
Toneelschrijver Willem Jan Otten hield daarna een betoog over het ontwikkelen van karakters en hoe je de kijker de Beweging-Het-Personage-In kunt laten maken (de ‘BHPI’). Film is “de kunst van de bemiddelde blik”, stelde hij, het is “zien door andermans ogen”, het is het kijken naar iemand op het scherm en tegelijkertijd in iemands hoofd kunnen kijken. Ter illustratie gaf hij het voorbeeld van LES QUATRES CENTS COUPS van François Truffaut, waarin kleine kinderen naar een poppenkastvoorstelling kijken. Die kinderen waren zich voor het eerst bewust van zoiets als een personage, ze raakten aangesloten op het bewustzijn van Jan Klaassen en wilden hem helpen. Ook beschreef hij de openingsscène uit PICKPOCKET van Robert Bresson, waarin we het hoofdpersonage volgen als hij geld steelt van een toeschouwer bij een paardenrace, volgens Otten een mooi voorbeeld van “het opbouwen van de beweging in het geweten van het personage, in wat hij geheim houdt”.

Na de pauze kwamen de vijf eerder geïnterviewde schrijvers weer in beeld, waarbij Luuk van Bemmelen treffend opmerkte dat het gevoel dat je als schrijver hebt na afloop van een draaiperiode waarbij je niet meer betrokken bent geweest, is “alsof iedereen op schoolreisje is geweest en jij ziek was”.

Onder de noemer ‘het gedeelde proces’ ging Jaap Peter Enderlé vervolgens in gesprek met een deel van het dertienkoppige schrijversteam van SPANGAS. Anya Koek (hoofdschrijver), Jetske Vulsman (storyliner) en Pepijn van Weeren (dialoogschrijver) vertelden hoe zij samenwerken en hoe ze de taken verdeelden. Koek stond aan de wieg van de serie en bedenkt de lange lijnen. Ze zoekt overal naar inspiratie en enthousiasmeert het team naar eigen zeggen vooral, terwijl Jetske het gevondene in banen leidt en de ontwikkeling van de personages in de gaten houdt. Van SPANGAS worden per jaar maar liefst 180 afleveringen van tien minuten gemaakt die in vijf maanden tijd moeten worden geschreven, waarbij ervaren schrijvers maar liefst vier afleveringen per week schrijven Ze werken in blokken van tien afleveringen en houden in een schema met beats bij wat elk karakter in een week tijd meemaakt, zo bleek uit het gesprek over hun werkwijze.

Ten slotte nam de Vlaamse scenarist Carl Joos (THE BROKEN CIRCLE BREAKDOWN, BAANTJER HET BEGIN, CORDON) plaats achter het spreekgestoelte voor een met veel humor doorspekt betoog over herschrijven. Hij had zijn lezing de titel ‘Scenarist – tussen manipulator en marionet’ gegeven, zo meldde hij. Volgens Joos bestaat schrijven voor 80% uit research en schaven aan personages en plot en de overige 20% uit het schrijven van de dialogen en het herschrijven. Hij onderscheidde drie varianten van herschrijven: het gewone herschrijven, het herschrijven op basis van notes en feedback en herschrijven op basis van professionele parameters.

Joos stelde dat je in een eerste scenarioversie altijd te veel wil vertellen en te weinig aan de verbeelding overlaat en dat je niet te vroeg aan een dialoogversie moet beginnen. Verder wijdde hij uit over het schrijven “met een rekenmachine in je achterhoofd”, het Angelsaksische systeem (waarbij van de duizend voorstellen er uiteindelijk maar een handvol groen licht krijgt) en wat in godsnaam te doen als bij een haastig opgezet tweede seizoen van een serie de hoofdrolspeler uiteindelijk maar een van de tien afleveringen beschikbaar blijkt.

Vergaderingsvaardigheden
Bij het herschrijven op basis van notes en feedback schetste Joos, die veel internationale ervaring heeft, de situatie bij internationale coproducties, waarbij je soms vijf sets notes in drie talen retour krijgt. Wat doe je dan als ze tegenstrijdig zijn? Met al die partijen die betrokken zijn heb je als schrijver bijna een nieuwe skill set nodig van vergadervaardigheden, waarbij hij benadrukte dat hij niet in kill your darlings gelooft, maar in choose your battles. Wat het herschrijven van andermans werk betrof – dat is nooit prettig stelde hij, en confrontatie wordt angstvallig uit de weg gegaan. Het werkt alleen als je juist wel kunt overleggen óf als je de vorige versie beschouwt als ruw materiaal. Tot slot haalde hij filosoof Alain de Botton aan, die meende dat compromis geen vies woord is. Dat beaamde Joos en hij rondde af met de mededeling dat het een cadeau is als de andere partijen echt meedenken.

De middag werd afgesloten door brekend nieuws van niemand minder dan reporter Kermit de Kikker, die aankondigde dat bestuurslid Marc Veerkamp na zes jaar afscheid neemt van het Netwerk Scenarioschrijvers. Voor zijn werk als artistiek leider van de zes voorgaande edities van de Dag van het Scenario kreeg hij door Auteursbond-directeur Jan Hilbers het Vlammetje van Eer opgespeld.