Nieuws

Workshop Show me the money – verslag

11 oktober 2019

‘Show me the money’ – FSE kijkt naar wegen om het inkomen van scenarioschrijvers te verbeteren

Een doorsnee scenarist in Europa beleeft het hoogtepunt van zijn carrière rond zijn vijftigste en heeft dan een netto jaarinkomen van 29.000 euro. Als het een man is dan, zijn vrouwelijke collega moet genoegen nemen met nog geen 21.000 euro. Dat blijkt uit het eerste Europese onderzoek naar de economische en sociale situatie van audiovisuele auteurs. Het werd op 10 oktober gepresenteerd tijdens de bijeenkomst ‘Show me the money’ in de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam, waarmee de Federation of Screenwriters in Europe (FSE) zijn 20-jarig bestaan markeerde.

Er zijn natuurlijk spectaculaire uitzonderingen – in de Verenigde Staten vertrokken David Benioff en D.B. Weiss, de makers van de HBO-hitserie Game of Thrones voor 200 miljoen dollar naar Netflix – en ook in Europa verdient een kleine toplaag van scenaristen uitstekend. Maar het FSE-onderzoek (samenvatting), waaraan is meegewerkt door leden van 57 beroepsorganisaties van scenarioschrijvers, regisseurs en andere AV-auteurs in 26 EU-landen, maakt duidelijk dat zij in het algemeen niet alleen een laag, maar ook zeer onregelmatig inkomen hebben en gebrek aan sociale zekerheid ervaren. Nederlandse gegevens zijn overigens niet meegenomen, omdat in ons land al een vergelijkbaar onderzoek liep toen de Europese studie van start ging. Voor zover mogelijk zijn data uit het Nederlandse onderzoek wel gebruikt.

Treurig is de curve van de scenaristencarrière, zo laat de FSE-studie zien: na het vijftigste jaar zakt het jaarlijkse inkomen van de doorsnee AV-auteur (mediaan inkomen, zoals het officieel heet) ver terug, tot ruim 15.000 (mannen) respectievelijk 10.000 euro (vrouwen) voor 65-jarigen. Dit ondanks dat AV-auteurs de basis vormen van een industrie met alleen al in Europa een jaarlijkse omzet van ruim honderd miljard euro.

FSE-directeur David Kavanagh, die het onderzoek toelichtte, wist de toehoorders het nodige rumoer te ontlokken met zijn cijfers: slechts 30% van de respondenten heeft vertrouwen in de toekomst, 74% leeft in financiële onzekerheid, 47% redt zich alleen met inkomen uit andere bronnen, zoals ander werk of geld van de partner of familie, 66% geeft aan dat het moeilijk is om voor zijn rechten op te komen, slechts 14% zegt wél zekerheid te ervaren en daarmee tevreden te zijn. Ten slotte nóg een opmerkelijke uitkomst: veruit de meeste respondenten (83%) willen ondanks alle onzekerheid hun werk absoluut niet opgeven.

 

Anti-kartelwetgeving
Na Kavanaghs presentatie werd aan de hand van nationale voorbeelden besproken hoe de beroepsgroep, naast het plezier, toch ook meer inkomen en sociale zekerheid uit zijn werk kan halen.

Een belangrijk struikelblok is de Nederlandse en Europese mededingingswetgeving, die bedoeld is om de consument te beschermen tegen monopolievorming van grote bedrijven, maar ook afspraken over tarieven voor kleine zelfstandigen zoals scenaristen of onderhandelen over standaardcontracten in de weg staat. Het wordt allemaal beschouwd als kartelvorming en is verboden. Dat maakt het voor AV-auteurs, in het algemeen zzp’ers, heel lastig om een vuist te maken in onderhandelingen over honoraria en de verzilvering van hun auteursrecht.

In Nederland kwam in 2006, vooral vanwege het mededingingsrecht, een einde aan de zogeheten scenarioraamovereenkomst, waarin het Netwerk Scenarioschrijvers en de NOS – optredend voor alle publieke omroepen – vijf jaar eerder minimumvergoedingen voor scenaristen en afspraken over de auteursrechten hadden geregeld (zie deze link). De tarieven zijn sindsdien niet meer gestegen.

Collectieve afspraken (cao’s) voor werknemers die in dienst zijn bij een producent of omroep zijn wél toegestaan en kan naast betere honoraria ook meer sociale zekerheid opleveren, maar die weg heeft ook een heel groot nadeel: in een verhouding werkgever-werknemer raakt een scenarist al snel zijn auteursrechten kwijt, terwijl deze in principe een belangrijke bron van inkomsten zijn.

Spanje en Noorwegen
Soms lukt het desondanks om iets te bereiken, via nieuwe wetgeving bijvoorbeeld. Ana Pineda en Tomás Rosón van de Spaanse scenaristenvakbond ALMA vertelden in Amsterdam hoe de bond politici van links tot rechts wist te overtuigen dat anti-kartelrecht nooit bedoeld kan zijn om zwakkere partijen nog zwakker te maken. Het leidde tot een wettelijke uitzondering op de mededingingsregels, waardoor het nu wél mogelijk is om met producenten(organisaties) collectieve afspraken te maken, onder andere over honoraria. De wet trad eind vorig jaar in werking. Het zal een hele klus worden om te zorgen dat hij ook gaat worden gebruikt en gerespecteerd, erkende Ana Pineda. Want de steun vanuit de politiek was weliswaar groot, dat zal in de filmsector zeker niet overal zo zijn, verwacht ze. 

In Noorwegen, vertelde Monica Boracco van de dramavakbond Dramatikerforbundet, zorgde een maand lange, zeer brede staking van 900.000 zzp’ers – van Foodora-bezorgers tot kappers én schrijvers – voor veel maatschappelijke onrust en ook voor grote spanningen tussen de publieke omroep en scenaristen. Zo werd voor het eerst in de Noorse geschiedenis druk op de schrijvers uitgeoefend om geen lid van de vakbond te worden/blijven. Maar uiteindelijk kwamen er gesprekken en een doorbraak, die leidde tot enorme verbeteringen. Schrijvers krijgen tegenwoordig maar liefst drie keer zoveel betaald als eerder, een vast bedrag voor elke minuut die wordt herhaald en een groter aandeel in de opbrengst van de verkoop van hun producties. Helaas is het wel zo, vertelde Boracco, dat publieke omroepen het maken van drama steeds vaker overlaten aan commerciële omroepen, waar de afspraken niet gelden.

Create Denmark
Binnen de wereld van AV-auteurs wordt momenteel vooral gekeken naar de ontwikkelingen in Denemarken. Daar hebben schrijvers, regisseurs en acteurs (en nog zeven organisaties, o.a. van muzikanten, cameramensen en production designers) onder de titel Create Denmark de handen ineengeslagen om te proberen betere voorwaarden te krijgen van streamingdiensten als Netflix. Volgens CEO Kasper Halkier is de spil van Create Denmark het bezit en beheer van auteursrechten, die door alle leden aan de organisatie zijn overgedragen.

Door de opkomst van streaming zijn we beland in een wildwestmarkt, waar een nieuw systeem van onderhandelingen nodig is, legde Halkier in Amsterdam uit. Zijn ervaring: hoe dichter je als Create Denmark zit bij de partij die een dramaserie/film aanbiedt aan de consument – de ‘last door out’, dus bijvoorbeeld Netflix, veruit de grootste speler op de huidige markt van streamingdiensten – hoe meer geld er is om voor de auteursrechten te betalen. “Producenten haten het dat we contracten over de rechten afsluiten met de service providers, want zij willen zelf de ‘one stop shop’ zijn.”

Create Denmark werd opgericht in 2016. Van een club waarmee niemand wilde praten, heeft het zich ontwikkeld tot een instituut dat steeds meer wordt gezien als de plek waar je moet zijn om dingen te regelen, aldus Halkier. Een belangrijk uitgangspunt van Create Denmark is dat er onderscheid moet zijn tussen het honorarium van een schrijver of regisseur of acteur én de latere verdiensten uit zijn of haar auteursrecht, die beginnen te komen als een productie eenmaal wordt vertoond, herhaald, verkocht. Dus aan een buy-out van alle rechten werkt de organisatie niet mee.

EU Copyright Directive
Waar Kasper Halkier sprak over een wildwestmarkt, nam ook David Kavanagh grote woorden in de mond. Volgens hem is de filmindustrie in een existentiële crisis door de opkomst van de machtige streamingdiensten, Netflix voorop. Kavanagh sloot de bijeenkomst af met het toelichten van de EU-directive on copyright in the Single Digital Market  (Nederlandse versie hier). Die haalde het afgelopen jaar vooral het nieuws omdat partijen als YouTube en Facebook zich keerden tegen de vergrote verantwoordelijkheid die zij krijgen om de verspreiding van auteursrechtelijk beschermd materiaal tegen te gaan. Dat werd uitgelegd als een bedreiging voor het vrije internet. Maar voor scenarioschrijvers en andere auteurs betekent het mogelijk dat ze eindelijk gaan delen in de opbrengsten van hun werk, dat bijvoorbeeld via YouTube en Facebook de consument bereikt.

Ook andere delen van de EU Directive bevatten belangrijke elementen voor de filmauteurs. In de artikelen 18 tot 22 van hoofdstuk 3 is onder meer vastgelegd dat streamingdiensten ‘actuele, relevante en volledige informatie betreffende de exploitatie’ (artikel 19) moeten verschaffen. Tot nu toe hebben streamingdiensten altijd zeer geheimzinnig gedaan over exploitatiecijfers (overigens net als de klassieke kabelaars), dus de verplichting om openheid van zaken te geven is winst, stelde Kavanagh. Net als de expliciete erkenning dat belangenorganisaties – die met openheid over de cijfers ook eindelijk weten op basis waarvan ze praten – namens hun leden mogen onderhandelen. Ook belangrijk vindt hij het recht van makers op ‘aanvullende, passende en billijke vergoeding’ (artikel 20), impliciet een erkenning dat het momenteel niet goed geregeld is, meent hij. Artikel 18 stelt uitdrukkelijk dat de vergoeding ‘proportioneel’ moet zijn – dus een relatie moet hebben met hetgeen er met een productie wordt verdiend. Dat doorkruist het beleid van Netflix cum suis in Europa om de auteursrechten in één keer af te kopen.

“Niet dat de streamingdiensten nu gaan doen wat de EU Copyright Directive heeft vastgelegd”, besloot Kavanagh nuchter. “De EU Directive heeft ons mogelijkheden in handen gegeven, het is aan ons om daar het beste uit te halen.”