Laat Oleg Sentsov niet sterven

Vandaag gaat de Oekraïense filmmaker Oleg Sentsov de zeventiende dag van zijn hongerstaking in. Volgens zijn advocaat Dimitri Dinze gaat hij door totdat zijn wensen zijn ingewilligd.

Oleg Sentsov, die de Euro Maiden protesten in Kiev steunde en zich uitsprak tegen de inlijving van de Krim door Rusland, werd op 10 mei 2014 door de veiligheidsdienst van de Russische Federatie in zijn huis in Simferopol (Krim) gearresteerd, waarna hij in Moskou ruim een jaar werd vastgehouden in afwachting van zijn proces.

Hoewel de belangrijkste getuige van de vervolging zijn verklaring introk omdat die “onder dwang” tot stand was gekomen, ging het proces door met de beschuldiging dat Oleg Sentsov “misdaden van terroristische aard” had gepleegd. Ondanks een brief van de European Film Academy met duizenden steunbetuigingen aan de President van Rusland en de Russische autoriteiten om Oleg Sentsov onmiddellijk vrij te laten, werd hij veroordeeld tot 20 jaar gevangenschap.

Aan het eind van wat Amnesty International beschrijft als een oneerlijk proces door een militaire rechtbank, bevestigde het Russische Hooggerechtshof in november 2015 dit vonnis en werd Oleg Sentsov verbannen naar Yakutia.

Wij zijn diep bezorgd en willen de bevestiging dat zijn veiligheid is gewaarborgd en verzoeken dat hij onmiddellijk en onvoorwaardelijk wordt vrijgelaten.

Alleen met vereende krachten kunnen we hem helpen. Neem contact op met uw minister van Buitenlandse Zaken, parlementsleden en leden van het Europese Parlement, alsook de Russische Ambassade in uw land en vraag hen alles in het werk te stellen om Oleg Sentsov vrij te laten. We moeten nu handelen!

Met de steun van:

  • Netwerk Scenarioschrijvers, Nederlamd
  • Masha Alyokhina, activist (Pussy Riot), Rusland
  • Stephen Daldry, regisseur, UK
  • Mike Downey, producer, UK
  • Dariusz Jablonski, producer, Polen
  • Aki Kaurismäki, regisseur, Finland
  • Mike Leigh, regisseur, UK
  • Ken Loach, regisseur, UK
  • Wojciech Marczewski, regisseur, Polen
  • Daniel Olbrychski, acteur, Polen
  • Volker Schlöndorff, regisseur, Duitsland
  • Béla Tarr, regisseur, Hongarije
  • Bertrand Tavernier, regisseur, Frankrijk
  • Krzysztof Zanussi, regisseur, Polen
  • En 1750 andere leden en vrienden van de European Film Academy als ook instituties zoals:
  • ANAC Associazione Nazionale Autori Cinematografici / National Association of Cinematographic Authors (Italy)
  • Czech Audiovisual Producers Association APA
  • Directors UK

Lodewijk van Deyssel aanwezig in Van Deysselhuis

Op het kantoor van de Auteursbond is sinds kort het borstbeeld te bewonderen van de eerste voorzitter van de vereniging, Lodewijk van Deyssel. De beeltenis van de schrijver, vervaardigd rond 1950 door kunstenaar Nel Bakema, is in bruikleen gegeven aan het Van Deysselhuis door het Tylers Museum in Haarlem.

Gisteren werd tijdens een feestelijk bijeenkomst het beeld officieel onthuld in het bijzijn van het bestuur van de Auteursbond, afgevaardigden van het Tylers Museum en oud Lira-voorzitter Kees Holierhoek. De Auteursbond hoopt dat zoveel mogelijk bezoekers van het Van Deysselhuis hun komst zullen vastleggen met een selfie met dit statige beeld.

Tachtiger Lodewijk van Deyssel (1864-1952) zette zich, naast zijn uiterst productieve carrière als auteur en journalist, jarenlang energiek in voor de belangen van zijn beroepsgroep. In 2003 werd het onderkomen van de vereniging aan de Lairessestraat in Amsterdam naar hem vernoemd.

De Auteursbond is de beroepsvereniging van schrijvers en vertalers in Nederland, die zich richt collectieve belangenbehartiging en individuele ondersteuning en ontwikkeling. Teylers Museum in Haarlem is al sinds 1784 de plek voor mensen om zich te verbazen en verwonderen over eeuwenoude fossielen, kostbare boeken, fabelachtige tekeningen en romantische schilderijen.

Beeld: Inigo Garayo

De nieuwe privacywet (AVG)

Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat er vanaf die datum dezelfde privacywetgeving geldt in de hele Europese Unie (EU).  De AVG zorgt onder meer voor versterking en uitbreiding van privacyrechten. Voor een overzicht van belangrijke wijzigingen voor organisaties, zie: de AVG in een notendop.

Ook bij de Auteursbond zijn we bezig met de nieuwe privacywet en gaan we natuurlijk altijd al zorgvuldig met ieders persoonsgegevens om. Binnenkort vind je op onze website ons privacy statement. Daarnaast zijn wij bezig met het opstellen van een model verwerkersovereenkomst die onze leden kunnen gebruiken mocht dat nodig zijn. Ook zal er meer concrete informatie volgen over wat de privacywet voor zzp’ers (met een website) inhoudt. Houd onze website dus in de gaten voor updates.

Schrijvers vragen aandacht voor auteursrechten

23 april is de Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten. Om de aandacht te vestigen op auteursrechten, rechten die van levensbelang zijn voor álle schrijvers, werd in opdracht van de Auteursbond een filmpje gemaakt met in de hoofdrollen Mano Bouzamour en Franca Treur.

Tijdens een vrolijke fietstocht door Amsterdam ontmoeten ze Kluun, Maria Goos, Isa Hoes en Hanna Bervoets en doen ze een bijzondere ontdekking. ‘Auteursrechten krijg je niet cadeau,’ luidt de clou. Het script van de film, waarin volop wordt verwezen naar hoogtepunten uit de Nederlandse cinema en literatuur, werd geschreven door Karin van der Meer en de regie was in handen van Pieter Bart Korthuis.

Legaal aanbod

Auteursrecht staat wereldwijd onder druk. Door digitalisering, illegale verspreiding van content en onduidelijke regelgeving lopen schrijvers en vertalers inkomen mis. Voor steeds meer auteurs wordt het moeilijker om te leven van hun werk. Als beroepsvereniging lobbyt de Auteursbond voor eerlijke vergoedingen, betere wetgeving en duidelijke afspraken met exploitanten. De Auteursbond roept ook consumenten op om te kiezen voor een legaal aanbod. Vorig jaar verscheen hierover een ander spotje met o.a. Arthur Japin, Jessica Durlacher en Alma Mathijsen.

Wereldboekendag

De Internationale Dag van het Boek en de Auteursrechten, ook bekend als Wereldboekendag, is een evenement dat jaarlijks wordt gehouden door UNESCO ter promotie van het lezen en auteursrechten. 23 april is een symbolische datum in de literaire wereld, want in 1616 stierven op deze dag drie van de grootste schrijvers van hun tijd: Miguel Cervantes, William Shakespeare en Inca Garcilaso de la Vega.

Alternatieve inkomstenbronnen

De dood van de literatuur en het einde van het boek zijn al vaak aangekondigd. Maar ondanks deze sombere voorspellingen constateert de Raad voor Cultuur in zijn advies ‘De daad bij het woord’ dat de wereld van de letteren en bibliotheken springlevend is. Het lezen verandert weliswaar en het aantal boekenlezers neemt voortdurend af, maar er blijft een onuitroeibare behoefte bestaan aan het vertellen, lezen of beluisteren van verhalen.

In zijn advies heeft de raad de belangrijkste ontwikkelingen binnen de letterensector op een rij gezet en geanalyseerd. Kort samengevat: het boekenvak herstelt zich na zeven crisisjaren; de raad ziet nieuwe initiatieven opbloeien in de uitgeverij, de boekhandel, de bibliotheek en op literaire podia; het ‘sociale lezen’ is in opkomst, leesclubs – online en offline – floreren.

Een punt van grote zorg blijft het geringe leesplezier onder jongeren en de dalende leestijd, ook onder jongvolwassenen. Het thuismilieu speelt hierin een bepalende rol. Wie opgroeit in een huis zonder boeken, als kind zelden werd voorgelezen en zijn ouders niet ziet lezen, kan op school en in zijn latere leven steeds moeilijker voor de letteren gewonnen worden.

Voor een gezonde toekomst van de sector is de inbreng van ouders, bevlogen leesambassadeurs in het onderwijs en de bibliotheek, dus van cruciaal belang. De raad constateert dat initiatieven voor leesbevordering op dit moment onvoldoende effectief zijn. Die zouden meer moeten aanhaken bij de cultuur van de niet-lezer. Maak bijvoorbeeld gebruik van games, speel in op populaire fantasy-series als ‘Game of Thrones’ of haak aan bij de spoken word- scene die er wel in slaagt om jonge mensen enthousiast te maken voor de letteren.

Alternatieve inkomstenbronnen

Daarnaast ziet de raad dat auteurs en vertalers steeds moeilijker hun brood kunnen verdienen (in 2014: gemiddeld bruto jaarinkomen 6.500 euro onder modaal). Steeds vaker moeten zij op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen, ook buiten het letterenveld. Zij vormen zich bijvoorbeeld om tot literaire performers, geven schrijfcursussen of schrijven jaarverslagen voor een bank of verzekeraar. Literaire festivals hebben helaas vaak onvoldoende middelen om de optredende schrijvers fatsoenlijk te kunnen betalen.

Ook vraagt de raad aandacht voor de afnemende fijnmazigheid van het bibliotheeknetwerk. Bibliotheken hebben moeite zich te handhaven, vooral in dunbevolkte gebieden. De ‘aanrijtijd’ is in veel gemeenten toegenomen. De raad roept gemeenten en provincies op om te zorgen voor een hoogwaardige bibliotheekvoorziening met een palet aan functies op het gebied van onder meer ‘lezen en literatuur’, ‘ontwikkeling en educatie’ en ‘ontmoeting en debat’. Veel bibliotheken missen expertise, personeel en geld om hieraan invulling te geven. Een goed ingerichte bibliotheek is een basisvoorwaarde voor de ontwikkeling en het behoud van geletterdheid.

De raad doet in zijn advies een dringende oproep aan de sector om lezers met uiteenlopende culturele achtergronden aan te spreken. Het is onaanvaardbaar dat een steeds groter deel van de Nederlandse bevolking zich niet kan herkennen in de literaire producten die er in het eigen taalgebied worden gemaakt. Schrijfopleidingen zouden daarom actiever op zoek moeten gaan naar studenten met een cultureel diverse achtergrond, en uitgeverijen zouden hiermee meer rekening moeten houden bij de werving van nieuwe auteurs.

Lees het rapport.

Lezing Walter van der Kooi

Tijdens de uitreiking van de Zilveren Krulstaarten op 18 maart gaf Walter van der Kooi, recensent van de Groene Amsterdammer er winnaar van de Zilveren Pen 2017, een lezing over de stand van het Nederlands drama. Op veler verzoek publiceren wij hier de volledige tekst.

‘Beste mensen,

Dit is van zichzelf al een aardige comedyscène. Zaal in spanning: wie gaat er winnen? Wanneer begint de borrel? Komt er iemand breeduit staan oreren. En als jullie nou nog Jane Campion of David Simon van The Wire kregen, maar nee … een ouwe Hollandse recensent. Ik heb een prent van Peter Vos voor ogen, getiteld Kritikus. Daarop een opgeblazen kalkoen met zijn rug naar een schilderij. Vos’ tekst erbij: ‘Wie met jargon bekleed… een kunstwerk zoekt te duiden… voor toegestroomde luyden … bekijkt het met zijn reet.’ Zo denkt de kunstenaar of artisan, jullie, dus over mijn soort. Ik kan wel beweren dat helemaal geen recensies erger is en dat er, in verhouding tot het artistiek en maatschappelijk belang van tv-drama, veel te weinig over wordt geschreven; en dat dan weer zelden door specialisten, zoals film- en andere kunstcritici dat zijn.

Maar desondanks is jullie vak in de tijd dat ik het volg verbluffend gegroeid, kwantitatief en kwalitatief. Brava, bravo. En misschien is kritiek dus wel totaal irrelevant. Maar ja, waarom heb ik dan jullie Zilveren Pen gekregen? Zal er toch wel iets goed aan zijn. Een collega van me omschreef ooit de stiel van tv-recensent als ideaal voor wie ziek, zwak en misselijk is. Hij kon het weten, want hij was het: criticus en ziek. Zijn naam: Dennis Potter. Hoezo jouw collega? Onze, zal je bedoelen. Ja, maar voor Potter drama schreef was hij tv-recensent van de socialistische Daily Herald.

En hij had, in tegenstelling tot veel kunstenaars en intellectuelen, geen minachting voor het medium maar er juist hoge verwachtingen van. Wat andere kunsten in hun tempels zelden of nooit lukte – het trekken van een publiek dwars door sociale lagen heen, daarin zou de televisie kunnen slagen. Hij hoopte zelfs op het ontstaan van wat hij een ‘common culture’ noemde, een klassen doorbrekende cultuur van hoog niveau. We kunnen daar honend over doen, maar diezelfde Potter maakte dat later met series als The Singing Detective, waar, het sociaalrealisme ver overstijgend. Toch, ook hij had niet kunnen dromen van de golf van hoogwaardig drama, overwegend series, die ons de laatste decennia uit de VS, Scandinavië, Duitsland, Italië en elders heeft bereikt.

Hoon over Potters droom was en is ook niet terecht in de Nederlandse situatie. Als student won ik een tv-toestel – kostte een kapitaal destijds. Mijn kamer stroomde vol vrienden als Ja zuster, nee zuster werd uitgezonden. Niks dédain voor het medium. Iedereen keek daar trouwens naar, ook latere RTL- of SBS-klanten. En ook die genoten. De beelden zijn gewist, maar de teksten van Annie, de muziek van Harry, ze leven nog – mijn kleinkinderen brulden ze mee. Is dat common culture of niet? Dat de Volkskrant recent een toptien van Nederlandse series vanaf 1990 liet samenstellen was ondenkbaar zonder bloei van het genre. En actueel: De luizenmoeder ging uiteindelijk door de vijf miljoen heen, en dat in tijden van atomisering van de kijkervaring door ontelbare zenders, door Netflix, Viceland en HBO. En in tijden dat in 25 seconden wereldwijd 292.000 uur video wordt geüpload – ‘dat is het mooie van Internet’ zegt een radiospotje van provider XS4all. Daar zijn ze kennelijk krankzinnig geworden. Het succes van De luizenmoeder is uitzonderlijk en licht hype-achtig. Maar het kon en kan: common culture van niveau.

Maar wat is kwaliteit? Studenten vroegen me ooit mijn criteria te expliciteren. Oei. Ik probeerde iets: Fundament is ambachtelijkheid, van script tot casting tot geluid. Vakkunde is grotendeels meetbaar. Dan de vraag of er een «persoonlijke stem» klinkt, waar Potter altijd op hamerde: is het authentiek, «eigen»? Dan: is er een noodzaak voelbaar buiten het vullen van zendtijd en scoren in cijfers? Pathetisch gezegd: makers moeten de kijker overtuigen van hun wil om uitgerekend dit verhaal te vertellen. En natuurlijk vraagt de moralist om «integriteit», een element zo zwaar en licht dat er geen weegschalen voor bestaan. Zo min als voor de liefde waarmee iets is gemaakt. Is de productie plat of gelaagd? Toont die types of wordt iets voelbaar van de weerbarstigheid die elke mens aankleeft in karakter, drijfveren, geschiedenis? Is er ontwikkeling merkbaar in verhaal, gebeurtenissen, dramatis personae? Zijn die personages geloofwaardig? Waarmee ik niet bedoel «realistisch»: goed drama schept een eigen universum waarin ik ga geloven, hoe absurd die wereld ook kan zijn. Tenslotte: word ik geraakt?

Enfin, domineestaal. Onvolledig en veel te veel. Theoretisch en verwarrend want pakweg die Luizenmoeder toont types, maar toch ook de weerbarstigheid van mensen. Met dit checklijstje krijg je geen scenarioletter meer op papier. Bovendien, drama kan hieraan voldoen en toch niet gaan vliegen; terwijl andere producties prachtig kunnen zijn zonder vinkjes op de lijst. Bovendien zijn de criteria te veel gedacht vanuit wat ik maar arthouse-tv noem, die alleen gemaakt kan als drama werkelijk als writers medium wordt gezien, wat niet de regel lijkt. U weet veel beter dan ik met wat voor keurslijf u van doen heeft, binnen en buiten een productie. Nog los van bezuinigingen op de publieke omroep. Ik geef het dus op.

Het was boekenweek. Adriaan van Dis zei bij DWDD dat ‘verplaatsingskunde’ een grote gift is van literatuur. Dat weet elke lezer: hoe zouden we de ander kennen, begrijpen en ons tot op zekere hoogte in haar of hem kunnen inleven zonder boeken? En hoe zouden we onszelf er zonder kunnen begrijpen? Maar verplaatsingskunde kan net zozeer kenmerk zijn van film en tegenwoordig bovenal van tv-drama. Met eindeloos groter bereik. De Groene Amsterdammer gaf essaybundels uit over boeken die ons denken of  onze blik veranderden. Ik ben nieuwsgierig naar de bundel De 20 tv-producties die ons denken, onze blik of (toe maar) ons leven veranderden. Dat mogen ook single plays zijn of Kortjes, het dramatisch equivalent van het zkv. Minder hoogdravend geformuleerd ‘welke producties maakten diepe indruk en waarom’?  Ik zou jullie essays graag lezen als stof voor mijn kijken en denken.

Een voorzet. Franz Werfel schreef Eine blassblaue Frauenschrift. Novelle over een ambtenaar op het Weense Ministerie van Onderwijs. Leraarszoon, carrièremaker, getrouwd met een mooie miljonairsdochter, op weg naar een ministerspost. Het is 1936. Hij krijgt een brief  van een vrouw met wie hij ooit een affaire had. Ze vraagt om hulp voor een getalenteerde jongen, die in Duitsland niet naar het gymnasium mag. Ze hoopt nu in het Oostenrijk van voor de Anschluss een school te vinden. De jongen moet wel joods zijn – zij is dat ook. En hij vermoedt dat het kind wel eens zijn zoon zou kunnen zijn. Die dag moet hij in een steeds rabiater antisemitisch Oostenrijk kiezen tussen aan de ene kant fatsoen en moed, maar met kans op verlies van al wat hij verworven heeft, en, aan de andere kant opportunisme, lafheid en behoud van zijn materieel en immaterieel geluk. Resultaat: hij behoudt welvaart maar weet dat hij zijn ziel heeft verloren. Deze tweedelige Oostenrijkse serie van Axel Corti uit 1984 maakte een verpletterende indruk.

Indringend drama dat me niet alleen vragen deed stellen over deze Leonidas Tachezy, maar vooral ook: wie was ík toen geweest, en wie ben ik? Ik was een bang kind, mede door de oorlog die Werfel zelf tot balling maakte (ik herkende me in de autobiografische tv-film Het verhaal van Kees van scenarist Willem Wilmink), maar ik weet ook dat juist besef van eigen angst en lafheid soms tot enige moed kan leiden. Drama kan aan dat besef bijdragen. Toen ik daarna de novelle zelf las, besefte ik: het drama was nóg beter dan het boek. Die uitspraak zou overal heiligschennis zijn, behalve, hoop ik, hier, omdat juist scenaristen beseffen hoe moeilijk het is drama van literatuur te maken. Te koop voor 13 Euro.

Tweede voorzet: nooit heb ik zo indringend de ontwrichtende gevolgen van economisch verval in een traditioneel industriegebied gezien als in het zevendelige Boys from the Blackstuff van scenarist Alan Bleasdale. Over werkloos geworden asfalteerders en havenarbeiders in Liverpool en hun desintegrerende gemeenschap, in 1980 uitgezonden. Eentje draait totaal door en zegt overal ‘geef me werk’ en ‘I can do that’. Bij een thuiswedstrijd van Liverpool, en dit is geen drama maar echt, werd een corner genomen. Iemand schreeuwde ‘I can do that’ en het stadion lag in een deuk. Want deze serieuze, gelaagde, van sociaal-realisme naar absurdisme springende serie brak kijkrecords. ‘Common culture’. En wat te denken van het belang en bereik van een agrarische geschiedenis als Heimat van Edgar Reitz, die bij ons een echo kreeg in Tijd van leven?

Maar waarom buitenlandse voorbeelden van verplaatsing? Het single play Turkse aarde, Hollandse bodem liet me in 1982 door de ogen van een migrantengezin kijken, dat vanuit het Anatolische dorp belandt in Holland en ik ervoer hun cultuurshock. De One Night Stand Cabo gaf een inkijkje in de Rotterdams-Kaapverdische gemeenschap, gebruiken, moraal, maar oversteeg verre de cultureel-antropologische schets. Juist door de precieze tekening van het specifieke en door de genuanceerde karaktertekening werd het universele zicht- en voelbaar. De maker nam in zijn filmplan het Dardenne-motto ‘film wat je kent, niet meer, niet minder’ op en maakte waar dat juist dan in een druppel de oceaan kan schuilen. In de voor Z@pp gemaakte productie Mimoun zagen we wat we zelden zo indringend te zien kregen: het joch in een ontspoord Marokkaans gezin dat op een tweesprong staat: criminele broer achterna of niet? Het raakte sterker en dieper dan een journalistiek stuk. En in de One Night Stand In vrijheid werden we indringend geconfronteerd met de machteloosheid van de moeder van een Syriëganger. Vier voorbeelden van verplaatskunde op het terrein van de meerculturensamenleving, – er zijn er veel meer te geven.

Ander verplaatsingsterrein is dat van de generaties. Ach, iedereen boven de 30 is zelf jong geweest. Maar wat het nú betekent jong te zijn is zo anders dan in mijn jaren veertig en vijftig – dat zie ik om me heen, maar indringender nog aan drama. Geraakt, geroerd en begripvol werd ik door een Kort! als The Palace over een veertienjarig meisje dat voor het eerst écht uitgaat, sneuvelt en door papa gered moet worden; door de One Night Stand Snacken over twee tienermeiden die volledig displaced belanden op een volwassenenfeest; door de Telefilm Jongens over de ontluikende liefde tussen twee jonge atleten; door pubers in de jeugdgevangenis in Vast; door de groot geworden Daltons; door Maite die een leven voor zich had tot ze kanker kreeg; door Geen koningen in ons bloed, dat verbluffende portret van letterlijk verweesde jongeren; door het Gothic-meisje in Nina Satana; door het trio in Sevilla; door schoonspringster Lieke in Horizon, woedend op het leven; door de boerenjongens in Avondland. Ik ben bang dat ik enorm veel producties en aanwezigen tekort doe, want er is zoveel moois, juist over die leeftijdsgroep, maar waar het me om gaat is dat ze allemaal in hun ernst, diepte en soms gein ook een bejaarde kunnen laten voelen wat het betekent nu jong te zijn. En hoe mooi maar ook hoe complex dat is.

Moet aan alle drama dus een verplaatsingsprográm ten grondslag liggen? Natuurlijk niet. Programma’s in de kunst zijn killing. Maatschappelijke relevantie was destijds in Actiegroep Tomaat een eis aan het theater. Begrijpelijk, gezien de slappe routine van het repertoiretoneel. Maar als pril supporter van het vormingstheater werd ik verpletterd door Bob Wilsons Deafmans Glance en Einstein on the Beach die zich aan geen enkele buitenartistieke eis stoorden. Trouwens, ‘gewoon’ Tsjechov slaat alles, en Anton had geen program, wel een mildscherpe blik, mededogen, humor en genie dat zich niet in een formule laat vangen. Maar misschien moet ik zijn program dan toch maar humanisme noemen. In de allereerste, indrukwekkende LIRA-lezing in 1993 zei de Britse scenarist Alan Plater: ‘schilders tonen ons hoe de wereld eruit ziet, componisten hoe ze klinkt en schrijvers hoe het voelt om mens te zijn.’ Daar houd ik me, hoe vaag en weeïg misschien ook, toch maar aan vast – voorlopig. Theun de Vries schreef in 1943 WA-Man, een roman over de redenen waarom een kruidenierszoon voor de NSB kon kiezen. Dat verwacht je niet van een communistische schrijver, een ingenieur van de ziel: inlevingsvermogen in De Ander en belangstelling voor psychologie. Maar toch probeerde De Vries, zelf in de illegaliteit, die ander te begrijpen en verklaren. Dat vind ik ook de kracht van sommige afleveringen in Van God los. Je gaat begrijpen hoe iemand tot de meest extreme daad komt, zonder die te vergoelijken.

Wellicht valt op dat mijn meeste voorbeelden niet over series gaan. Net als iedereen ben ik er gek op. En in de Volkskrant-canon staat Hollandse waar van internationaal niveau, in uiteenlopende genres. De reeks bevat biopics van Annie en Ramses, die prachtig tijds- en mentaliteitsdocument zijn; een familietragedie; een blijmakend stadsportret in mozaïekvorm; een advocatenserie; een serie voor en over kinderen en twee over pubers (tussen haakjes: van kinderseries en –drama zou eens een canon gemaakt moeten worden: daarin zijn we wereldtop); een waargebeurde oorlogs- en nasleepgeschiedenis;  een vrolijke lief-en-leed-in-welgestelde-kringen-serie; en, tot mijn verbazing, maar één misdaadserie en zelfs niet die van de winnaar van de LIRA-prijs.

En dan miste ik ook nog het koningshuis met respectievelijk Zorreguieta en Den Uyl; de dubbele midlifecrisis in een huisartsgezin; het kostuumdrama over de Bentincks; het Srebrenica-trauma. Maar hoe goed die en andere series ook zijn, en hoe begrijpelijk dat de televisie het vooral van series moet hebben, ik heb altijd het single play, in lengte variërend van drie minuten tot Telefilm, een zeker zo belangrijke dramavorm gevonden. Niet uitsluitend als leerschool voor het grote werk – alsof gedicht, kort verhaal, novelle, korte roman louter opmaat zouden zijn naar de vuistdikke romancyclus. Maar wel nuttig als voorbereiding voor wie serie-ambitie heeft. De serie is een vak apart en de vloek van de topserie die seizoenen achtereen van topniveau blijft (neem The Sopranos) is dat dat dus het nagevolgde model wordt, wat legio series met teveel afleveringen en teveel seizoenen oplevert.

In het spoor van succesvolle Scandinavische series volgden beduidend mindere Scandinavische die van geen ophouden weten en driftig aangekocht worden. Nee, ik doel niet op Borgen. En als ik nou toch ga kritiseren: het aantal politie- en andere misdaadseries loopt de spuigaten uit, waarbinnen soms het geweld dat ook doet. Ik ben puritein en Tarantino is grootmeester maar soms lijkt geweld amusement, een dubieus verslavend ingrediënt, ook in Nederlandse producties die daarmee, volgens anderen, juist volwassen zijn geworden. Vroeger ging de discussie over de vraag of naakt functioneel was (dat debat komt trouwens, begrijpelijk en aangejaagd door MeToo, weer terug); maar ik vraag me vaker af hoe functioneel geweld, wreedheid en sadisme eigenlijk zijn (een discussie die juist ouderwets lijkt).

In een voorgesprek over dit verhaal viel de vraag naar de verantwoordelijkheid van scenaristen, van dramamakers. Daar kan ik moeilijk iets over zeggen, behalve dat die allereerst hun talent en vakkunde, net als de loodgieter en bakker, zo goed mogelijk moeten gebruiken. Maar als ik me dan helemaal belachelijk moet maken verwijs ik naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als fundament. Die schijnen te westers te zijn, maar elke minderheid, alle machtelozen zijn erbij gebaat. Onder bijna alle drama dat ik zie klinkt een humanistische basso continuo, haast onhoorbaar. Maar makers hebben niet in de hand wat er daarna mee gebeurt. Neem voor de laatste keer die Luizenmoeder. Jubel alom na de eerste aflevering. Maar de recensent van het AD en de presentator van DWDD verklaarden het succes uit het bevrijdend karakter. Eindelijk mochten grappen over huidskleur en spleetogen weer. Weg met de politiek-correcte terreur. Volgens mij heb je met deze interpretatie stront in je ogen en/of verraad je jezelf lelijk. De makers aan tafel leken er ongemakkelijk onder. ‘We deden gewoon wat we leuk vonden.’

Op naar de prijzen en de borrel. Maar nog even terug naar die LIRA-lezing van Alan Plater. Hij eindigde met een herinnering aan zijn jeugd: het binnenplaatsje van zijn grootouders, waar familie, vrienden, buren elkaar verhalen vertelden – over werkelijk alles. De toekomst van de wereldtelevisie is dat we elkaar de verhalen van onze binnenplaatsen vertellen en dat we naar elkaar luisteren, zei Plater. Hij verbond er de hoop op begrip en vrede aan. Sentimentele flauwekul, wat u zegt. Kunst heeft de wereld nooit gered en zal dat nooit doen. Charlie Chaplin kon Hitler niet voorkomen. Wie voor 2016 een briljante tv-serie schreef over een Trump-alike, zou nu vaststellen dat de werkelijkheid zijn/haar fantasie nog overtrof. Maar zonder die verhalen van Plater, van u, zou de wereld kaler, beroerder, onbegrijpelijker, minder leuk, mooi en troostend zijn. Tenslotte: ik las stomtoevallig gisteren in een roman van uw collega, toneelschrijfster Yasmina Reza: ‘taal verwoordt slechts de onmogelijkheid om je uit te drukken’. Mijn verhaal is daar bewijs van. U hebt, in drama, gelukkig meer dan taal tot uw beschikking om ons te laten ervaren hoe het voelt mens te zijn.’

Stuur jouw stuk in voor Toneelschrijfprijs 20180

Nieuwe toneelteksten, die in het seizoen 2017-2018 (tussen 1 juli 2017 en 1 juli 2018) in première zijn gegaan, kunt worden ingezonden voor de Toneelschrijfprijs 2018.

De Taalunie Toneelschrijfprijs heet vanaf 2018 – kort en krachtig – de Toneelschrijfprijs. Deze prijs heeft als doel de Nederlandstalige toneelschrijfkunst en de opvoering van Nederlandstalig toneelwerk te stimuleren. De prijs bedraagt 10.000 euro en wordt uitgereikt aan de auteur van een oorspronkelijk Nederlandstalig toneelwerk. Kinder- en jeugdtheater zijn nadrukkelijk inbegrepen. De prijs geeft een auteur de kans om zijn of haar schrijverschap verder te ontwikkelen.

Vanaf dit jaar zetten naast de Taalunie ook het Fonds Podiumkunsten / Nederlands Letterenfonds en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) hun schouders onder dit initiatief. Het VFL en het Fonds Podiumkunsten/Nederlands Letterenfonds staan in voor de praktische organisatie. De Taalunie blijft een financierende rol spelen. Deze verschuiving past in het kader van de intensievere samenwerking tussen deze partners voor de promotie van de Nederlandstalige literatuur en toneelschrijfkunst binnen het volledige taalgebied.

Lees meer >

Dankjewel Janne, welkom Marloes

Na ruim 12 jaar heeft Janne Rijkers besloten dat de tijd rijp is voor een nieuwe uitdaging en gaat zij werken in het hart van de democratie voor de Tweede Kamer. Op 8 maart hebben we op informele wijze Janne uitgezwaaid. In Café Eik en Linde kreeg Janne veel lof toegezwaaid van Maria Vlaar, Annemarie van Toorn, Jan Boerstoel en René Appel. Martine Woudt, Elly Schippers en Jeroen Thijssen vertolkten een speciaal voor de gelegenheid geschreven lied. We namen niet alleen afscheid van een zeer gewaardeerde collega, maar ook een beetje van de Vereniging van Letterkundigen. We bedanken Janne voor haar grote inzet voor de vereniging.

Janne wordt opgevolgd door twee nieuwe medewerkers. Marloes van Rossum is per 1 maart 2018 in dienst getreden als juridisch medewerker. Marloes heeft brede ervaring als contractjurist en zal zich onder meer bezig houden met contractadvies aan leden van de Auteursbond. Marloes is bereikbaar bij de Auteursbond op maandag, woensdag en donderdag.

Met ingang van 1 juni 2018 komt Iris Roelands de Auteursbond versterken als juridisch beleidsmedewerker. Iris is gespecialiseerd in auteursrecht en heeft haar sporen verdiend in de audiovisuele sector. In de nieuwsbrief van mei stellen we Iris aan u voor.

De ‘literaire dossiers’ heeft Janne overgedragen aan Annemarie van Toorn.

Annemarie werkt op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag.

BRAM FISCHER, HENDRIK GROEN en JUNGLE winnen scenarioprijzen

Zondagmiddag zijn in VondelCS de Zilveren Krulstaarten uitgereikt, de Nederlandse vakprijzen voor scenarioschrijvers. Bram Fischer , geschreven door Jean van de Velde, won de prijs voor beste film. Martin van Waardenberg werd bekroond met de prijs voor Beste televisieserie voor Het geheime dagboek van Hendrik Groen. Ashar Medina was de winnaar in de categorie beste Korte film voor Jungle. De winnaars van de Zilveren Krulstaarten worden gekozen door de leden van het Netwerk Scenarioschrijvers.

Bram Fischer vertelt het waargebeurde verhaal van de Zuid-Afrikaanse advocaat die de strijd van het ANC tegen het apartheidsregime ondersteunde. Jean van de Velde voelde zich “ontzettend vereerd. Ik ben net zo trots als de eerste keer dat je iets op het scherm terugziet dat je zelf hebt geschreven.”

Het geheime dagboek van Hendrik Groen is een bewerking van de bestseller Pogingen iets van het leven te maken van Hendrik Groen, waarin de auteur op komische wijze het dagelijkse leven in een verzorgingstehuis becommentarieert. “Scenaristen zijn vaak de eenzame mannen en vrouwen die in zolderkamertjes naar een leeg vel papier staren,” zei Van Waardenberg. “Mooi dat daar ook een prijs voor is.”

Jungle gaat over de vriendschap tussen twee Syrische vluchtelingen in het meedogenloze vluchtelingenkamp in Calais. Ashar Medina bedankte zijn regisseur en producent die hem “het vertrouwen gaven om direct na de Filmacademie iets groots te maken.”

Gouden en Zilveren Pen

Naast de Zilveren Krulstaarten werden op de feestelijke middag in VondelCS ook de Gouden Pen en de Zilveren Pen uitgereikt. De Gouden Pen is bestemd voor de schrijver van de Best bezochte film van het voorgaande jaar. Deze prijs ging naar scenarist Richard Kemper voor de komedie Huisvrouwen bestaan niet. Kemper, die voornamelijk bekend is als cabaretier, zei dat dit een goede motivatie voor hem is om door te gaan als scenarist

.De Zilveren Pen wordt jaarlijks door het Netwerk Scenarioschrijvers toegekend aan een persoon of instelling die zich op een bijzondere manier heeft onderscheiden in het zichtbaar maken van scenarioschrijvers. Dit jaar ging deze prijs naar de website Afdeling Filmzaken, die filmnieuws en filmbeleid kritisch volgt. Pieter Bart Korthuis, voorzitter van het Netwerk Scenarioschrijvers, sprak van ‘een gewaardeerde luis in de pels.’

Oprichter en eindredacteur Esmé Lammers nam de prijs in ontvangst. “Ik ben enorm geroerd,” reageerde ze. “We zijn een jaar geleden begonnen met de site met weinig verwachtingen, maar blijkbaar realiseren mensen zich hoe belangrijk de randvoorwaarden zijn om te functioneren als filmmakers.”

Foto’s: Inigo Garayo