Genomineerden Zilveren Krulstaarten bekend gemaakt

Vandaag zijn de nominaties bekend gemaakt voor de Zilveren Krulstaarten, de Nederlandse vakprijs voor scenarioschrijvers. De Zilveren Krulstaarten worden toegekend in de categorieën beste film, tv-serie en korte film. De genomineerden en de winnaars worden gekozen door de leden van het Netwerk Scenarioschrijvers, de beroepsvereniging van schrijvers van films en series. In aanmerking komen films en series die in 2017 in première zijn gegaan of voor het eerst op televisie zijn vertoond.

Film

  • Bram Fischer , scenario Jean van de Velde i.s.m. Matt Harvey en Dominic Morgan
  • Brimstone, scenario Martin Koolhoven
  • Quality Time, scenario Daan Bakker

Televisieserie

  • Het geheime dagboek van Hendrik Groen, scenario Martin van Waardenberg naar het boek Pogingen iets van het leven te maken van Hendrik Groen
  • Klem, scenario Frank Ketelaar en Robert Kievit
  • TreurTeevee, scenario Jan-Paul Buijs, Ellen Parren, Peter van Rooijen en Thomas Spijkerman

Korte film

  • De dag dat mijn huis viel, scenario Don Duyns en Thessa Meijer gebaseerd op een verhaal van Joeri Heegstra
  • Jungle, scenario Ashar Medina
  • Polska Warrior, scenario Christa de Graaf, Pepijn Moors en Camiel Schouwenaar

De winnaars worden bekend gemaakt op 18 maart a.s. in VondelCS. Op deze middag wordt ook de Gouden Pen uitgereikt aan de schrijvers van de best bezochte film van 2017. De Zilveren Pen wordt jaarlijks uitgereikt aan een persoon of organisatie die op een bijzondere manier het vak scenarioschrijven onder de aandacht brengt.

De Zilveren Krulstaart begon in 2001 als een geuzenprijs, om meer erkenning te geven aan scenarioschrijvers van televisiedrama. Inmiddels is de onderscheiding uitgegroeid tot een prestigieuze prijs in de film- en televisiesector.

www.zilverenkrulstaart.nl

‘Forse maatregelen nodig voor versterking Nederlandse audiovisuele sector’

Een systeem met heffingen en quota, een overkoepelend AV Fonds en één herkenbaar ondemand-platform. Daarmee zal de Nederlandse audiovisuele sector beter kunnen meekomen in de ongekende dynamiek die de komst van (media)bedrijven zoals Netflix, Google, Facebook, Apple en Amazon heeft veroorzaakt. Dit soort buitenlandse bedrijven moet mee-investeren in Nederlandse culturele audiovisuele producties.

Deze maatregelen adviseert de Raad voor Cultuur in het rapport ‘Zicht op zo veel meer’ dat vandaag wordt aangeboden aan de ministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hun voorgangers hadden de raad verzocht om in kaart te brengen hoe pluriforme en kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele audiovisuele producties binnen het veranderende medialandschap kunnen worden gestimuleerd. Een tweede verzoek was om aan te geven wat er nodig is om te zorgen dat deze producties toegankelijk blijven voor een (inter)nationaal publiek.

Belangrijk maar onder grote druk

De raad stelt dat de Nederlandse audiovisuele sector het creatieve klimaat in ons land inhoud geeft en een veelzijdig aanbod levert van kwalitatief hoogwaardige speelfilms, dramaproducties en documentaires. Het advies schetst een economisch belangrijke sector die bijdraagt aan de verspreiding van publieke waarden in ons land. De sector speelt een cruciale rol in de onafhankelijke nieuwsvoorziening en zorgt ervoor dat mensen in contact komen met uiteenlopende kunst- en cultuuruitingen.

Ons mediagebruik en het medialandschap, constateert de raad, zijn in korte tijd sterk veranderd. Hierdoor is de sector onder grote druk komen te staan. Buitenlandse, met name Amerikaanse, aanbieders weten steeds meer kijkers en kijktijd aan zich te binden met voornamelijk internationale producties. Daardoor stroomt Nederlands (advertentie)geld steeds meer naar deze aanbieders en minder naar nationale media en makers.

Er is sprake van een ‘winner takes all’-markt, waardoor de Nederlandse film- en tv-industrie het steeds lastiger krijgt om voldoende kwaliteit te leveren en zijn marktaandeel te behouden. Daarmee komt ook de verspreiding van Nederlandse culturele en publieke waarden onder druk. De raad constateert dat beleid en wetgeving nog achterlopen op deze ontwikkelingen. Hij doet, na een uitgebreide consultatie van de audiovisuele sector, aanbevelingen om het bestel toekomstbestendig te maken.

Mediawijsheid

De ‘betonvloer’ hiervoor wordt gestort in het onderwijs, met mediawijsheid en filmeducatie. De raad steunt de voornemens van dit kabinet om mediawijsheid op te nemen in het kerncurriculum van zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Hij pleit voor filmeducatie-hubs per regio en voor vrijstelling van btw voor filmvertoningen in het onderwijs.

Kwaliteit

Daarnaast is er een stevige financiële impuls nodig om de kwaliteit van Nederlandse culturele audiovisuele producties te verbeteren. Zonder een kwalitatief goed product kan de sector zich niet staande houden in het internationale aanbod. De raad stelt voor om het huidige Filmfonds, onder begeleiding van de Rijksoverheid en in nauwe samenwerking met de sector, om te vormen tot één breed audiovisueel fonds dat met selectieve en automatische regelingen de kwaliteit, productie en promotie van Nederlandse audiovisuele producties stimuleert.

Toegankelijkheid

De raad geeft in zijn advies ook aan hoe Nederlands audiovisueel aanbod vindbaar en herkenbaar kan blijven in de steeds overweldigender hoeveelheid bewegend beeld. Daarbij speelt de Nederlandse Publieke Omroep een cruciale rol. Die moet platformonafhankelijk beleid ontwikkelen en daarbij meer samenwerken met al dan niet commerciële, (internationale) online distributieplatforms. De toegankelijkheid van Nederlandse audiovisuele content wordt volgens de raad vergroot als commerciële en publieke omroepen gezamenlijk verder werken aan de ontwikkeling van één hoogwaardig ondemandkanaal, zoals NLZIET. Ook stelt de raad voor om met video on demand-aanbieders, bioscopen en filmtheaters quota af te spreken voor de vertoning van Nederlandse audiovisuele producties.

Heffingen

De raad bepleit een ‘circulair’ financieringssysteem voor de sector. De opbrengsten van in Nederland vertoonde audiovisuele content, zoals films en series, komen vooral terecht bij eindexploitanten. In navolging van andere landen adviseert de raad daarom heffingen in te voeren op de exploitatie van mediaproducties die in ons land te zien zijn; via verkoop, verhuur en abonnementen, kabelaansluitingen, bioscopen en advertentieomzetten van platforms met av-content. De financiering van het audiovisuele fonds kan gedeeltelijk uit deze heffingen komen. De raad denkt aan een heffing van 2 tot 5 procent van de omzet.

Lees hier het advies

Hans van Hechten over zijn tijd als bestuurder

Vanaf 1989 tot eind 2017 is Hans van Hechten bestuurlijk actief geweest bij wat indertijd de VvL heette, nu de Auteursbond. Met zijn vertrek uit het bestuur van het Sociaal Fonds Letterkundigen komt het einde aan deze lange, productieve periode. We vroegen Hans wat van zijn herinneringen op papier te zetten.

Hoe is dat allemaal begonnen?

In 1987 volgde ik een cursus scenarioschrijven op uitnodiging van de NOS. Ik had wat hoorspelen geschreven en op basis daarvan werd ik geacht me ook te bekwamen in het schrijven van scenario voor TV. De cursus werd gegeven door Hugo Heinen en Rutger Jan Achterberg. Hugo kende ik nog vanuit mijn studententijd. We waren toen allebei actief op toneelgebied. Het was bijzonder elkaar weer op deze wijze te ontmoeten en dit werd, zoals gebruikelijk in die tijd, rijkelijk gevierd met jenever en diepe gesprekken.

In die cursus raakte ik ook bevriend met een jonge schrijver Ad de Buck, die helaas op vroege leeftijd overleed, geveld door het aidsvirus. Samen met hem heb ik nog wel een poging gedaan om een opzet te maken voor een TV-serie. Het zou een parodie worden op de gezondheidszorg onder de titel ‘In vertrouwde handen’. De omroep aan wie wij het prachtige idee aanboden, zag er niets in. Ook later heeft het tussen mij en TV nooit echt geklikt. Wel heb ik dierbare herinneringen aan de samenwerking met Ad.

En niet te vergeten, de vriendschap met Hugo heeft verstrekkende gevolgen gehad.

Hij raadde me aan lid te worden van de VvL. Ik was toen begin veertig, toch al niet heel erg jong meer, maar toen wij de vergaderzaal in het Carlton betraden, zag ik alleen maar veel oudere en grijze schrijvers. Hugo fluisterde mij later in: “Toen jij die zaal binnenkwam, daalde de gemiddelde leeftijd met enorme sprongen.”

Dat was mijn introductie bij de VvL.

Werkgroep Dramaschrijvers

Er bestond in die tijd een werkgroep Dramaschrijvers. Ik bezocht een van de vergaderingen die toen voorgezeten werd door Jan Boerstoel. Eén bezoek was kennelijk genoeg voor Jan om mij uit te nodigen tot het bestuur van de werkgroep toe te treden. Ik kan mij niet herinneren dat ik iets gezegd heb bij die vergadering, maar kennelijk zag Jan iets in mij. Hoe dan ook, ik werd bestuurslid en na nog geen half jaar vroeg Jan mij om voorzitter te worden in zijn plaats. Dat was wel heel snel, maar toch, ik vond het eervol en begon vol enthousiasme. Het was wel een bijzonder plezierig bestuur, bestaande uit Ger Beukenkamp, Per Justesen, Karlijn Stoffels en later Hetty Heyting. Ger introduceerde mij al snel bij toneelgroep Toetssteen en ik heb daar vele mooie stukken mogen schrijven en regisseren. Ook met Karlijn heb ik nog steeds contact.

Ik kan mij herinneren dat ik soms niet goed wist hoe ik op allerlei vragen van de werkgroepleden moest antwoorden. Ik herinner me nog een vraag van een toneelschrijver waar ik geen raad mee wist. Die vraag luidde: “Hoe kan ik verbieden dat mijn toneelstuk gespeeld wordt?”  Gelukkig was Mette Meijer bij die vergadering aanwezig en die maakte duidelijk dat auteursrecht een verbodsrecht is. Weer wat geleerd!

In die tijd organiseerden wij een soort monsterproductie: De Nacht van het Hoogste Woord. Alle toneelschrijvers in Nederland werden uitgenodigd om gezamenlijk een toneelstuk te schrijven. Met de belofte dat het ook daadwerkelijk gespeeld zou worden. Een ambitieus plan. We hadden een jongeman aangesteld om dit allemaal te organiseren. Op een bepaald moment dreigde het hele project te stranden. De jongeman wilde geld zien en dreigde met een proces. Gelukkig heeft Hugo Verdaasdonk, toen voorzitter van de VvL, dit allemaal weten te keren. En tenslotte is dit gigantische toneelstuk toch gespeeld gedurende een hele nacht in Arnhem, onder de bezielende leiding van Agaath Witteman.

Maar er doemde nog een ander probleem op. Jan had mij niet voor niets voorzitter gemaakt. Er was in die tijd grote ontevredenheid over de manier waarop TV-scenarioschrijvers door de omroepen behandeld werden. Er bestonden zelfs geen aparte contracten. Je kreeg een velletje papier, een uitnodiging met een aanhangsel, de zogenaamde Algemene Bepalingen. Daar stond onder andere in dat je je instrument mee moest nemen naar de repetitie. Handig voor schrijvers.

Er waren al onderhandelingen met de omroepen, het zogenaamde HOCO-overleg. Daar waren wel juristen bij betrokken, ook van de schrijverskant (Rob du Bois, met wie ik later nog veel persoonlijk contact heb gehad, hij woonde bij mij in de buurt, maar is inmiddels overleden), maar die onderhandelingen waren buitengewoon moeizaam. Van omroepzijde was de onderhandelaar ene Bauke (Geertsen?). Deze Bauke werd alom gevreesd, zegde altijd vlak voor de bijeenkomsten af, zodat we hem nooit te zien kregen, en als er besluiten genomen waren, werden die door hem weer teruggedraaid. Een beschamende situatie, vind ik nog steeds. Wel werd ik geacht te overleggen met een van Bauke’s medewerkers, de heer Rolloos, die zijn naam eer aan deed. Wij bereidden samen de vergaderingen voor onder het genot van een gebakje in een lunchroom aan het Rokin, maar zoals gezegd het leidde tot helemaal niets.

De scenarioschrijvers waren terecht boos. Er werd een bijeenkomst georganiseerd, ook weer in dat chique Carltonhotel met sprekers als Aad Nuis en ongetwijfeld ook Kees Holierhoek. Ik heb die vergadering voorgezeten, inwendig wanhopig, want zelf geen TV-schrijver. Hoe moest ik dit allemaal in goede banen leiden? Wat een klus.

Die gesprekken met HOCO hebben geduurd tot 1994 voor zover ik kan nagaan. Uiteindelijk is er wel een standaardcontract tot stand gekomen, maar ook dat is na enkele jaren weer door de omroepen eenzijdig de nek omgedraaid. Een droevig verhaal.

Het Netwerk

In 1994 werd het Netwerk Scenarioschrijvers opgericht. Daarmee verdween ook de Werkgroep Dramaschrijvers. Ik nam zitting in het oprichtingsbestuur onder voorzitterschap van Willem Capteyn. Ik zou me in dit bestuur voornamelijk bezig houden met het hoorspel. We hebben zelfs op een bepaald moment besloten een actie voor behoud van het hoorspel op touw te zetten (1996). De politiek bleek weinig geïnteresseerd, alleen het CDA toonde belangstelling in de persoon van Maxime Verhagen. We hadden een plezierig gesprek met hem, maar dit heeft niet kunnen verhinderen dat het hoorspel nu vrijwel geheel verdwenen is.

Nieuw voor mij was dat dit bestuur nu ook werkgever werd. We moesten functioneringsgesprekken houden met de medewerkers, en vooral die met Lucette Bronk verliepen soms moeizaam. Ook bij haar aanstelling werden we geconfronteerd met lastige zaken. Lucette vertrok na een paar jaar, maar ook met haar opvolgster was het eveneens soms lastig onderhandelen.

VvL

Om het contact met de VvL te onderhouden werd ik afgevaardigd naar het VvL-bestuur. Daar heb ik een aantal jaren deel van uitgemaakt. Voorzitters kwamen en gingen: Alex Rijnders, de man met de pijp, Toine Duijckx korte tijd, Graa Boomsma die na een conflict met de vertalers vertrok en tenslotte Marijke Spies. Ik vond haar een verademing, de beste voorzitter die ik ooit heb meegemaakt. Samen met Wim Jurg heeft ze de VvL weer uit het slop gehaald. Merkwaardig genoeg voelde ik me in het literaire milieu van de VvL wat meer op mijn plaats dan tussen de scenarioschrijvers van het Netwerk. Samen met Thomas Verbogt organiseerde ik symposia voor toneelschrijvers. Tijdens het eerste symposium, in een bovenzaaltje van Eik en Linde, werd het plan geboren voor een standaardcontract ten behoeve van toneelauteurs. Samen met Kees Holierhoek en Thomas voerden we gesprekken met VNT in de periode 199-2002 en die hebben inderdaad geleid tot een nieuw te gebruiken standaardcontract.

In die periode hebben Thomas en ik een folder samengesteld met zakelijke informatie voor alle schrijvers binnen het theater. Het werd heel mooi vormgegeven door Suzan Beijer.

In 2003 ben ik vertrokken uit het VvL-bestuur. Marijke Spies gaf mij als afscheidscadeau de opdracht een jury samen te stellen voor de toneelprijs van het Charlotte Köhlerfonds. Samen met recensente Marian Buijs en dramaturg Ruud Engelander hebben wij met veel plezier het repertoire van het recente Nederlandse toneel doorgespit en tenslotte de prijs uitgereikt aan Rob de Graaf.

Werkgroep Theater

Een officiële werkgroep voor theater bestond nog steeds niet. In 2007 heb ik deze opgericht samen met Nirav Christophe. Later kwamen Sophie Kassies en Tom Sijtsma daar bij.  De Werkgroep Theater was een feit.

We organiseerden interessante symposia en de werkgroep is geworden tot een actief en zinvol onderdeel van de VvL, nu Auteursbond.

In 2012 ben ik opgestapt als voorzitter, omdat ik vond dat de werkgroep wel weer een nieuwe impuls kon gebruiken. Mijn opvolger Don Duijns heeft dat voortreffelijk gedaan.

Sociaal Fonds

Intussen werd ik gevraagd om bestuurslid te worden van het Sociaal Fonds Letterkundigen. Samen met Peter Smit in 2008 waren wij de nieuwe bestuursleden, toegevoegd aan de al zittenden  Else Flim, Bert Hollink en Hans van de Heuvel. Ik heb het mooi en interessant werk gevonden, niet in de laatste plaats omdat je met dit fonds zoveel schrijvers in nood kunt helpen. Soms was het lastig een beslissing te nemen, maar we kwamen er altijd uit.

Heel blij was ik met de nieuwe voorzitter Aad Kok. Er ging een andere wind waaien, vooruitstrevend en zakelijk. In het laatste jaar zijn er mooie ontwikkelingen geweest door de brainstormsessies die wij met Auteursbond en LIRA gehouden hebben.

Nu het zo goed ging met het Fonds vond ik de tijd rijp om mij terug te trekken. De belangrijkste reden  hiertoe is evenwel dat ik vond lang genoeg bestuurlijk werk te hebben verricht binnen VvL en Auteursbond. Het houdt een keer op.

Maar met dankbaarheid kijk ik terug.

Hans van Hechten

Een hutkaartje: column Max Gras

Ik had een joodse schoonvader, een muzikaal begaafde man, die als je vroeg: wat is het derde thema in het tweede deel van  dat of dat pianoconcert, dan neuriede hij het. Dan nog zijn oeuvre aan joodse moppen en zijn kennis van het vooroorlogse joodse leven. Een bijzonder mens.

Zo vertelde hij een keer hoe men het noemde als een jood zich bekeerde tot het katholicisme: die of die heeft zich laten ‘schmadden’, uitgesproken met een Duitse ‘sch’. Wat een fantastische term! Alles zit erin: afkeuring is wel het minste, meer nog dat die bekering iets smerigs is, iets dat je je op laffe gronden hebt laten aansmeren, dat ie vies is. Met zo’n persoon kun je niet langer omgaan.

Toen ik kort geleden iets hoorde over prinses Laurentien, kwam –ik kon het niet tegenhouden- dat woord schmadden bij me op. Hoe kan iemand met de prettige naam Petra Brinkhorst zich laten aanleunen dat het huwelijk met een koninklijk lid, leidt tot zo iets idioots als zo’n titel en een andere naam. Kijk, als je zeven bent en je mooiste jurk is roze, dan zou zo’n keuze je weinig hoofdbrekens kosten. Maar als volwassene, ja, dan heb je je echt laten schmadden. Ik vermoed vooral weinig hoogstaande motieven.

Maar soit, negeren is waarschijnlijk beter. De kracht van zo’n term is interessanter.  Ook ontdekt je soms de kracht in kleinigheden. Als ik het woord ‘aftanken’ hoor, dan doemt meteen die tot de nok gevulde tank op. Op een andere manier is de in het timmervak gebezigde term ‘hutkaartje’ sterk. Het is natuurlijk een spoonerisme van kuthaartje (afkomstig van de Engelse dominee Spooner, die letterverwisselingen toepaste om zijn kerk wakker te houden). Je bent iets pas aan het zagen, je past het en je roept: er moet nog een hutkaartje af. Ik schat de eenheid ‘hutkaartje’ op 0,3 mm. Alle timmerlui weten dat.

Wat is taal leuk.

Freelancers optimistisch ondanks instabiel inkomen en wanbetalers

De gig-economie groeit wereldwijd zo hard, dat in 2020 bijna een op de vijf personen op freelance of projectbasis zal werken¹. In Nederland zijn er momenteel meer dan een miljoen zzp’ers. PayPal deed samen met Netfluential onderzoek naar freelancers die het grootste deel van hun werk via de computer en het internet doen. 85% daarvan verwacht dit jaar hogere of stabiele inkomsten, blijkt uit de resultaten van het Global Freelancer Insights Report dat PayPal vandaag in Nederland lanceert.

Ondanks optimisme en een markt met volop kansen, hebben freelancers nog altijd veel te maken met onzekerheden, zoals een onregelmatig inkomen en niet betaald worden door opdrachtgevers. In samenwerking met zzp-expert Jeroen Sakkers zet PayPal de trends voor Nederland op een rij. Jeroen Sakkers is initiatiefnemer van de Dag van de ZZP’er, de Freelancer Of The Year (FOTY) Awards, ZZP Barometer en feedbacktool Ratecard.

Verwachte groei in 2018

In het onderzoek geeft 52% van de freelancers aan dat hun werk het afgelopen jaar stabiel was en 24% zegt meer werk te zijn gaan doen. Bij de vraag hoe de verwachting van de toekomst is, geeft 46% van de freelancers aan dezelfde hoeveelheid werk te blijven doen. 39% verwacht het komende jaar erop vooruit te gaan. Sakkers: “Het zal freelancers de komende jaren nog beter vergaan dan tot nu toe. De freelancemarkt zal namelijk flink blijven groeien – zowel wat betreft het aantal online opdrachten als opdrachten op locatie. Bedrijven zijn voortdurend op zoek naar specialisten en deze zijn steeds vaker alleen op freelancebasis te vinden.”

Nederland versus buitenland

Nederlandse freelancers behoren tot de meest ervaren freelancers uit het onderzoek, met op dit moment een gemiddelde van zo’n acht jaar als eigen baas. Het gemiddelde van alle landen ligt op minder dan vijf jaar.

Nederlandse freelancers hebben in verhouding tot de andere landen ook andere informatiebehoeften en gewoonten als het gaat om het gebruik van hulpbronnen. Zo zijn online blogs en YouTube in andere landen populair, maar Nederlanders maken daar het minste gebruik van. In Nederland worden vakmedia (26%) het meest geraadpleegd voor informatie, wat in de andere landen gemiddeld (14%) juist het minst wordt gebruikt voor dit doeleinde.

Opvallend is dat van alle onderzochte landen, Nederlandse freelancers het meeste aangeven dat ‘het prima gaat zonder hulpbronnen’ (35%). Als ze informatie zoeken, zijn ze het meest geïnteresseerd in het vinden van nieuwe klanten (24%), advies over tarieven (17%) en het leren van nieuwe vaardigheden (17%). Sakkers: “Als freelancer ben je de ultieme specialist: je doet wat je leuk vindt en wat je goed kan. Je loopt echter het risico dat je wordt ingehaald door de concurrentie als je je niet verder ontwikkelt. Doe niet alleen maar opdrachten op hetzelfde niveau, maar investeer ook tijd en geld in opleiding. Zo zorg je ervoor dat je kennisleider op jouw gebied blijft en zal je – ook inhoudelijk – steeds verder groeien.”

Gezocht: getalenteerde essayisten voor de Joost Zwagerman-essayprijs

Dit jaar zal op 18 november, de verjaardag van Joost Zwagerman (1963-2015) voor het eerst de Joost Zwagerman Essayprijs worden uitgereikt. Deze prijs is een initiatief van de Van Bijlevelt-stichting en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, uitgevoerd in samenwerking met de erven van Joost Zwagerman. De uitreiking vindt plaats in Alkmaar, waar die dag ook de Joost Zwagerman Lezing zal worden uitgesproken.

De prijs van € 7500 is bedoeld voor ‘aanstormend talent’: schrijvers die nog niet in boekvorm hebben gepubliceerd en geen vaste positie hebben in de media.

Het onderwerp van het essay is geheel vrij, de aanpak ook. Wetenschappelijke artikelen, onderzoeksverslagen en scripties worden niet als essays beschouwd, verhalend proza evenmin. Het maximum aantal woorden is 3000. Het essay moet onder eigen naam geschreven zijn.

De inzendingstermijn sluit op 30 juni 2018. De jury – Barber van de Pol, Maria Vlaar, Joost de Vries en Aleid Truijens (voorzitter) – kiest één winnaar en zal zich inspannen om het essay geplaatst te krijgen in een toonaangevend medium.

Inzendingen kunnen gemaild naar het secretariaat van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, mnl@library.leidenuniv.nl, ter attentie van Barber van de Pol.

De podiumkunsten-, film- en televisiesector start meldpunt voor ongewenste omgangsvormen

De podiumkunsten-, film- en televisiesector heeft de handen ineengeslagen en start een onafhankelijk en overkoepelend meldpunt voor ongewenste omgangsvormen.

Partijen zoals brancheverenigingen, beroepsverenigingen, fondsen en verenigingen van werkgevers- en werknemersorganisaties erkennen dat er een sectoraal probleem bestaat ten aanzien van een goede behandeling van klachten over integriteitsschendingen, discriminatie en (seksueel) machtsmisbruik. Naast de verschillende maatregelen die reeds ondernomen zijn, constateert de sector dat, met name door het grote aantal werkzame zzp’ers, de noodzaak ontstaan is om een overkoepelend meldpunt in het leven te roepen. De vertrouwenspersonen, een man en een vrouw, zullen vanuit de podiumkunsten-, film- en televisiesector gezamenlijk gefinancierd worden.

De aangestelde vertrouwenspersonen zullen alle klachten uit zowel de film-, televisie- als de podiumkunstensector inventariseren en per geval behandelen. Er kan anoniem en op naam melding worden gedaan. Het meldpunt stelt voor de behandeling van klachten een protocol op en iedere melding kan op maat begeleid worden.

In het voorjaar van 2018 zal het meldpunt operationeel zijn.

Peter Meijer over financiële APK voor auteurs

Hoe ziet mijn financiële situatie er uit? Hoe zit het mijn pensioen? Dit zijn vragen die mensen vaak voor zich uit schuiven, ook schrijvers en vertalers. Om hier inzicht in te krijgen kunnen leden van de Auteursbond bij het P.C. Boutensfonds een financiële APK aanvragen.

De financiële APK is mogelijk vanaf €300. Ontvang persoonlijk professioneel advies op maat van een zelfstandig adviseur. Korting kan oplopen tot €1000.

Een van de adviseurs is Peter Meijer. In de Starbucks op Amersfoort Centraal vertelt hij over de praktijk van zijn werk. ‘Pensioen is voor velen een ver van hun bed show. Je krijgt soms een overzicht met getallen waarvan je zelf maar wat moet maken. Mijn taak is om het inzichtelijk en begrijpelijk te maken en er structuur in aan te brengen. Daarbij heb ik geen secundair belang. Ik geef advies, maar verkoop geen producten.’

Schrijvers en vertalers

‘De afgelopen jaren is er druk gekomen op veel subsidie voorzieningen, wat het een stuk uitdagender maakt om als schrijver je inkomen te realiseren. Terwijl mensen in loondienst standaard een aantal voorzieningen hebben, moet je als zelfstandige daar zelf voor zorgen. Dat zijn allemaal aandachtspunten bij de financiële APK. De meeste mensen hebben wel een beetje een idee hoe hun financiële situatie er uit ziet. Het is verstandig om af en toe dat eens in kaart te brengen, ook om op tijd te kunnen ingrijpen of voorzieningen te treffen.’

Praktische adviezen

‘Een financiële APK geeft inzicht in je situatie en is een klankbord voor hoe je bepaalde dingen kan aanpakken. Op een aantal punten kunnen er adviezen uitkomen, over je hypotheekrente of hoeveel je opzij zou willen leggen voor je pensioen of de studie van je kinderen. Ik merk dat het vooral een stuk duidelijkheid geeft. De uitdaging voor mij ligt bij het inzichtelijk maken van die materie. Ik werk veel met grafieken, omdat daarmee duidelijk is te laten zien hoe iets werkt. Dat gaat vaak beter dan met veel cijfers.’

Schoenendozen met administratie

‘Ik kom altijd bij de mensen thuis. Stel dat er nog iets moet worden opgezocht, dan kan dat makkelijker als je thuis bent. Maar ook heb ik het idee dat ze het plezierig vinden om alle zaken thuis te bespreken. Op een bankkantoor is een andere sfeer. Een gesprek aan de keukentafel maakt het persoonlijker. Voordat we aan de slag gaan moeten er bepaalde stukken worden aangeleverd. Dus dat dwingt mensen wel om uit hun spreekwoordelijke schoenendoos vol stukken goed te sorteren.’

Jonge auteurs

‘Ik denk ook dat voor jonge schrijvers die aan het begin van hun carrière staan, het goed is om hun financiële situatie op een rijtje te zetten, doelstellingen te formuleren, en te kijken hoe je daar komt. Hoe eerder je begint met kleine bedragen aan de kant te zetten, hoe langer je de tijd hebt een voorziening op te bouwen. Daar heb je later profijt van. Jonge mensen die tegenwoordig een woning willen kopen, moeten bijvoorbeeld veel meer eigen geld inbrengen. Als je weet wat je wil, is het goed om daar al geld voor te reserveren.’

Verrassende resultaten

‘Ik heb wel eens gewerkt met iemand die vlak voor zijn pensionering zat, en die zei, “Ik weet dat ik straks heel veel minder inkomsten krijg, maar zet het nou maar op papier, zodat het inzichtelijk wordt.” Daar komt dan geen positief plaatje uit, maar dat geeft wel goed inzicht in hoeveel er te besteden is. Maar ik kom ook wel eens situaties tegen waar mensen onnodig heel zuinig leven. Zo’n overzicht geeft ze het inzicht dat ze straks veel ruimer kunnen leven dan ze dachten.

Drijfveren

‘Ik probeer om het financiële oerwoud – om het zomaar te noemen – zo eenvoudig mogelijk in kaart te brengen, zodat ze kunnen zeggen, “Dat was eerst ingewikkeld, maar het is nu een stuk duidelijker geworden.” Daar haal ik mijn energie uit. Ik kom uit het bankwezen. Dan heb je klanten uit een hele andere hoek. Het leuke vind ik dat jullie beroepsgroep heel veel verschillende dingen doet. De een schrijft boeken, de ander vertaalt boeken, je hebt radiomakers en documentairemakers. Er is een hele grote variatie. ‘

Lees meer op financieleapk.info.

 

Cyrillisch leed

Ik had tot dusver een tweetal doelen in het leven: 1. Uitroeien van de beroepsgroep architecten, 2. het doen verdwijnen van de wereldgodsdiensten. Het lijkt erop dat mijn doelen vooreerst niet bereikt worden en als een volwassene moet je misschien de bakens verzetten. Net op tijd dient zich een nieuw doel aan: afschaffing van het cyrillische schrift.

Even wat info: de Bulgaarse monnik Cyrillus dacht in de 9e eeuw, ik heb vandaag al 50x het onze vader gebeden, ik wil nu wel eens wat anders. En toen bedacht hij totaal overbodig zijn alfabet. Mind you, er was al 22 eeuwen een Romeins alfabet en nu zitten Russen, Serviërs, Bulgaren, Oekraïners en nog een paar vokeren in de problemen zonder het zelf te weten. Dat is de tragiek: de Engelsen hadden ook geen last van hun shillings, maar nu hebben toch hun decimale penny’s, hun Celsius, hun meters.

Als hiermee de verwerpelijkheid nog niet is aangetoond, kijk dan eens naar de Л, de L, terwijl het duidelijk een tekening van een rococotafeltje is, of Ф de F, als jongens tekenden wij die op muren, terwijl onze moeders dat afkeurden. Of neem de Д de D, een tv-meubel, de Ж, iets als ch, wie is er nu zo dom om zijn x ongeldig te maken. Ik eindig met de Ю, een soort U, maar eigenlijk gewoon een uithangbord. Ik moet er echt tegenaan.

Gelukkig zijn er al wat straffe maatregelen genomen, zo zijn alle internetadressen romaans. Amerikaanse uitvinding, dan krijg je dat. Alle grote wereldmerken op gevels en lichtreclames: romaans. In een lift in Charkov stond  met viltstift: I fock Natasha. Romaans is hip. Ok, schrijffoutje.

 

Dag van de Bellettrie: een verslag

Jan Hilbers, de directeur van de Auteursbond heet het publiek welkom op deze ‘Dag van de Bellettrie’, waar vijf auteurs spreken over hun schrijverschap en in dialoog gaan met het publiek. ‘s Middags worden in de bovenzaal de Charlotte Köhlerprijs en het-stipendium uitgereikt.   Ellen Deckwitz presenteert de middag.

Marcel van Driel

Is een veelzijdig schrijver van jeugdboeken. Naast o.a. Billy de Kip en de serie Superhelden.nl schreef hij ook non-fictieboeken, o.a. Waanzinnige plannen – en hoe ze te realiseren.

Marcel vertelt over hoe hij zijn schrijfroutine weer probeerde op te pakken na een burn-out. Zijn motto: Kies om je niet te laten onderbreken of afleiden tijdens je werk. Hij schrijft nu iedere dag vier uur aan een stuk, zonder afleiding. Schieten er gedachten door zijn hoofd? Dan schrijft hij die op zijn ‘niet-nu-lijst’. Omdat Marcel ADHD heeft, heeft hij geleerd zijn schrijfroutine zorgvuldig op te bouwen. Zijn tips: Kies voor rust, in plaats van drukte. Bouw een routine op van elke dag schrijven en durf je ook te vervelen.

Marieke Nijkamp

Haar debuutroman This Is Where It Ends stond ruim zestig weken in de New York Times bestsellerlijst. Haar tweede boek Before I Let Go (Voor ik je loslaat) staat op punt van verschijnen.

Marieke bewandelde een andere weg dan de gemiddelde Nederlandse schrijver. Ze schreef in het Engels, kwam eerst in Amerika op de bestsellerlijst terecht. Daarna werd haar werk vertaald voor de Nederlandse markt. In Amerika werkt Marieke met een literair agent. Haar agent is haar partner in het publiceren en haar uitgever is haar partner in creativiteit. Ze heeft geleerd om te gaan met kritiek op haar werk. Een antwoord aan haar uitgever begint met de woorden ‘ja, en…’ Dat helpt haar om niet meteen ‘nee’ te  zeggen als er bijvoorbeeld een voorstel gedaan wordt haar verhaal te veranderen. En ze vraagt eerst altijd: ‘waarom’. Meteen ‘nee’ zeggen is funest voor de creativiteit. Haar uitgever wil net als zij dat haar boek slaagt.

Mustafa Stitou

Publiceerde vier dichtbundels, waaronder Varkensroze ansichten en Tempel. Zijn werk werd meerdere malen bekroond, onder andere met de VSB Poëzieprijs.

Mustafa werd deze middag gevraagd om iets te vertellen over hoe je je artistiek ontwikkelt. Hij beantwoordt deze vraag door een gedicht voor te dragen. Punten die hij daarin benoemt, zijn o.a.: Zing het onzegbare, negeer de anderen, vergeet de markt, wijs stereotypen de deur, schep orde in de chaos, betover, laat los, verveel je, leer van de kleintjes en leer van de groten en lees.

Alma Mathijsen

Is schrijver van zes toneelstukken, een verhalenbundel en twee romans. Daarnaast publiceert ze in het NRCHet ParoolDAS MAGAZINVrij Nederland en trad ze op bij o.a. Crossing Border.

Voor de vraag ‘Hoe moet je een boek promoten?’ heeft Alma een middag gespendeerd op het wereldwijde web. Daar vond zij honderden websites die tips geven over hoe je je boek onder de aandacht kan brengen. Twee tips kwam ze veelvuldig tegen:

Tip 1: Haak in op de actualiteit. Alma zelf houdt zich zo min mogelijk bezig met de actualiteit. Lezers zijn niet gek, als een schrijver de actualiteit slechts als middel gebruikt om beter te verkopen, hebben ze dat feilloos door.

Tip 2: Social media is Key! Een schrijver moet sociaal digitaal worden, voor de promotie van zijn boeken. De tip van Alma: Plaats wat je leuk vindt, laat zien wie je bent en vergroot dat uit. Als je social media niet leuk vindt, doe het dan niet. Andere gebruikers ruiken het als je het alleen als middel gebruikt om reclame te maken.

Alma concludeert dat het belangrijkste blijft dat boeken eerst heel goed geschreven worden. De enige tip die Alma wel opvolgt komt van David Sedaris: ‘Write thank-you notes.’

Gideon Samson

Werd op 25-jarige leeftijd met Ziek de jongste winnaar van een Zilveren Griffel ooit. Met het onthutsende jeugdboek Zwarte zwaan rekende hij af met het cliché van het onschuldige kind.

Gideon vertelt dat hij als kind een innerlijke drang had tot voetballen. Tegenwoordig is zijn innerlijke drive verlegd naar het schrijven. Gideon beschrijft zichzelf als een man vol reserves, twijfels en angsten, die neigt naar cultuurpessimisme. Hij schrijft heel intuïtief. Zijn twijfels en gedachtes over het leven komen terug in ongecontroleerde schrijfsessies. Zijn boeken gaan daardoor vooral over hemzelf. De vraag over wat hij met zijn werk bedoelt, vindt hij lastig. Gideon ziet zijn boeken als een pleidooi voor nuance en zelf nadenken.

Schrijven vanuit een innerlijke noodzaak maakt Gideon een gelukkiger en leuker mens. Toch denkt hij niet dat hij zijn innerlijke drive ook echt nodig heeft om iets goeds te kunnen maken. Bij werk in opdracht ontbreekt die drive. Toch kan hij dat goed.

Kunstenaars hoeven niet te wachten op het heilige vuur van de inspiratie, want schrijven is oefenen en oefening baart kunst. Dus moet een schrijver arbeid verrichten, meters maken, fouten durven maken en zichzelf verrassen.

Rouleren langs de tafels

Na een korte pauze stuurt Ellen Deckwitz de schrijvers naar de tafels om te rouleren en in gesprek te gaan met het publiek over het schrijfproces, de innerlijke noodzaak, schrijftalent, routines en het waarom van schrijven in het Engels.

Charlotte Köhler prijs en -stipendium

Maria Vlaar, voorzitter van de Auteursbond, reikte ’s middags het Charlotte Köhler Stipendium 2017 uit aan jeugdboekenschrijfster Enne Koens. De Charlotte Köhlerprijs voor poëzie ging naar Alfred schaffer voor zijn bundel Mens dier ding.

Verslag: Tanja de Jonge

Foto’s: Inigo Garayo